Zorgverzekeraars en zorgverleners oneens over capaciteit voor protonentherapie

10 augustus 2017 – Zorgverzekeraars en zorgaanbieders blijven het oneens over de benodigde capaciteit voor protonentherapie, zo meldt Skipr.

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) vindt de beoogde 2200 behandelingen per jaar veel te veel. De Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO) juist te weinig.

Vier centra

In 2014 gaf demissionair minister Schippers vergunningen voor de bouw van vier protonencentra in Amsterdam, Delft, Groningen en Maastricht, samen goed voor 2200 behandelingen per jaar. De eerste patiënten kunnen eind 2017 terecht in Delft en Groningen. Maastricht volgt eind volgend jaar. De drie Amsterdamse ziekenhuizen die samen een protonencentrum willen bouwen, wachten eerst af in hoeverre de andere drie centra de vraag naar protonentherapie aankunnen.

Teveel behandelingen

Skipr refereert naar een interview in het kwartaalblad van Zorginstituut Nederland. Daaruit blijkt dat Zorgverzekeraars Nederland 1600 behandeling al teveel vindt, laat staan 2200. De NVRO daarentegen vindt de schatting van VWS veel te laag. De vereniging verwacht dat er in 2020 behoefte is aan 5800 behandelingen.

Zorgverzekeraars baseren zich op het huidige aantal patiënten dat wordt verwezen naar het buitenland. De beroepsgroep rekent vanuit de klinische meerwaarde.

Klinische meerwaarde

Zorginstituut Nederland, de protonencentra, de beroepsgroep en zorgverzekeraars gaan samen landelijke indicatieprotocollen per tumorgebied vaststellen. Op basis hiervan worden mensen geselecteerd die mogelijk baat hebben bij protonentherapie. Op basis van de klinische uitkomsten wordt vastgesteld hoeveel klinische winst deze therapie geeft. Dat vormt uiteindelijk de basis voor het vaststellen van het uiteindelijke aantal patiënten dat baat heeft bij protonentherapie.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee