Zorg over zelfzorgmedicatie en oncolytica

5 juni 2013 – Interacties tussen oncolytica en geneesmiddelen, verstrekt door de apotheek komen vaak voor. Zo blijkt uit diverse studies. Recente berichten melden nu dat ook zelfzorgmiddelen, die niet op recept worden verstrekt, maar gewoon in winkels worden verkocht, interacties kunnen vertonen met oncolytica. Zoals Andrew Goey in zijn proefschrift Clinical Pharmacokinetic Interactions between Herbal Supplements and Anticancer Drugs aantoont.

Ook interactie kruidensupplementen

De promovendus onderzocht de klinische effecten van veelgebruikte kruidensupplementen zoals Sint-janskruid, echinacea purpurea, mariadistel en druivenpitextract op de farmacokinetiek van chemotherapie.

Een interactie is een farmacologische of klinische respons bij een combinatie van twee of meer geneesmiddelen die afwijkt van de verwachte respons bij afzonderlijke toediening van de geneesmiddelen. Interacties komen vaak voor bij oncolytica. Het onderzoek van Andrew Goey toont aan dat Sint-janskruid de plasmaconcentraties van antikankergeneesmiddel docetaxel verlaagt. Om onderbehandeling te voorkomen, raadt hij gelijktijdig gebruik van deze middelen af.

Werkgroep Oncolytica: voorzichtig met supplementen

Ter ondersteuning van deze studies heeft Goey analytische methoden ontwikkeld voor de kwantificatie van kruidencomponenten en geneesmiddelen in bloedplasma en urine. Tevens voerde hij een kwaliteitscontrole van een populair echinacea purpurea-product uit. Echinacea purpurea (rode zonnehoed) en druivenpitextract hadden volgens Goey geen significante effecten op de afbraak van docetaxel en dextromethorfan. Zijn klinische studie met Mariadistel loopt nog.

De Werkgroep Oncolytica is veel voorzichtiger over de combinatie oncolytica met deze supplementen. In hun zakboekje oncolyticainteradvies stellen zij dat fytotherapeutische preparaten de werking van oncolytica kunnen beïnvloeden. Er is interactie gemeld met onder andere grapefruitsap, sint-janskruid, echinacea, ginkgo en ginseng.

In vitro resultaten en klinische praktijk

Het proefschrift van Goey laat zien dat significante in vitro resultaten meestal niet te extrapoleren zijn naar de kliniek. Klinische studies zijn volgens hem daarom nodig ter bevestiging van significante in vitro resultaten. Volgens andere onderzoekers zoals Masha Voll en collega’s is dat lastig. In hun studie, die 20 juli door Pharmacy World & Science online is geplaatst [doi:10.1007/s11096-010-9410-0] stellen zij dat ethische bezwaren het onmogelijk maken om in een prospectieve studie uit te zoeken hoe vaak interacties optreden tussen oncolytica en (zelf zorg) geneesmiddelen. Dan zou ingrijpen bij patiënten met een potentiële geneesmiddelinteractie niet mogelijk zijn. Volgens hen is er behoefte aan medicatiebewakingsystemen die deze interacties kunnen opmerken.

Nieuwe richtlijn EMA interactie geneesmiddelen

Het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA) heeft de richtlijn Onderzoek naar interacties van geneesmiddelen herzien. Het betreft een grote revisie van de richtlijn uit 1997. In het document geeft richtinljinen hoe farmaceutische bedrijven de interactie tussen nieuwe geneesmiddelen en geneesmiddelen die al op de markt zijn moeten onderzoeken, maar bijvoorbeeld ook de interactie met voeding. De nieuwe richtlijn is per 1 januari 2013 van kracht en beschrijft onder meer hoe aanbevelingen voor behandelingen kunnen worden ontwikkeld gebaseerd op de klinische relevantie van de interacties; de mogelijkheid om doses aan te passen en manieren om patiënten te monitoren tijdens de behandeling. Er worden ook algemene aanbevelingen gedaan voor geneesmiddelen op kruidenbasis.

De nieuwe versie brengt de richtlijn in overeenstemming met de wetenschappelijke ontwikkelingen in het onderzoek naar geneesmiddelen-interacties, het begrip van enzymen en van de mechanismen verantwoordelijk voor het transport van geneesmiddelen in het lichaam.

Informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee