Ziekenhuizen laten ongeneeslijk zieke kankerpatiënten te vaak aan hun lot over

10 oktober 2018 – Nederlandse ziekenhuizen laten ongeneeslijk zieke kankerpatiënten te vaak aan hun lot over, volgens NFK. Ruim een kwart van de mensen wordt niet verder geholpen nadat een zorgverlener hun verteld heeft dat ze niet meer beter worden, terwijl een ruime meerderheid daar wel behoefte aan heeft.

Patiënten hebben vooral behoefte aan contact met een vast aanspreekpunt in het ziekenhuis, aandacht voor naasten en advies over psychische en lichamelijke klachten.

Dat blijkt uit ons onderzoek onder 654 kankerpatiënten die weten dat ze niet meer beter worden. Met de uitkomsten van het onderzoek vraagt NFK ziekenhuizen en zorgverleners om ongeneeslijk zieke kankerpatiënten (meer) hulp en ondersteuning te bieden.

Tijd nemen voor ‘slechtnieuwsgesprek’

Duizenden mensen met kanker krijgen jaarlijks van hun zorgverlener te horen dat ze niet meer beter worden. Kankerpatiënten hechten tijdens dit gesprek veel belang aan emotionele steun van de zorgverlener (rapportcijfer 8,3), maar waarderen de ontvangen steun met een gemiddeld rapportcijfer van 6,4, blijkt uit het onderzoek. Tevredenheid over de steun nam toe naarmate men meer tevreden was over de tijd die genomen werd door de zorgverlener.

Arja Broenland, directeur-bestuurder NFK: “Deze uitkomsten laten zien dat de emotionele steun tijdens het slechtnieuwsgesprek in het ziekenhuis moet verbeteren en dat zorgverleners hier meer de tijd voor moeten nemen. Dat hoort bij goed zorgverlenerschap”.

Mensen niet verder geholpen

Van de ondervraagden geeft 63 procent aan dat ze na het gesprek verder zijn geholpen door het ziekenhuis, vooral met een behandeling om de kanker te remmen, contact met een vast aanspreekpunt, advies over lichamelijke klachten of behandeling van lichamelijke klachten (bijvoorbeeld pijnbestrijding). Kankerpatiënten vinden die hulp van het ziekenhuis erg belangrijk (rapportcijfer 8,7).

Toch geeft 28 procent aan niet verder te zijn geholpen door het ziekenhuis. Van de groep die niet verder geholpen is, geeft 57 procent aan hier wel behoefte aan gehad te hebben. Deze mensen hebben vooral behoefte aan een vast aanspreekpunt in het ziekenhuis, steun voor hun naasten en informatie over psychische en lichamelijke klachten.

Tweederde wil praten over levenseinde

Ruim zes op de tien patiënten hebben op enig moment behoefte om te praten over hun levenseinde. Vooral met hun partner en kinderen, maar ook met hun huisarts en behandelend arts in het ziekenhuis. De belangrijkste onderwerpen daarbij zijn euthanasie, palliatieve sedatie en pijnbestrijding. Zij vinden het belangrijk dat de zorgverlener het initiatief neemt voor het gesprek (rapportcijfer 7,1), maar dat gebeurt slechts in 22 procent van de gevallen. Vaak is dat dan de huisarts.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee