Wijzigingen add-on beleid 2018

8 januari 2018 – De Nederlandse Zorgautoriteit, NZa heeft per 1 januari 2018 een aantal wijzigingen doorgevoerd voor het add-on beleid.

Indicatie op rekening

Een geneesmiddel met een add-on status wordt altijd geregistreerd als add-on of ozp-stollingsfactor, ongeacht de indicatie waarvoor u het geneesmiddel inzet. Het CIBG houdt een lijst bij van alle indicaties die in de G-standaard zijn opgenomen.

Vanaf 1 januari 2018 zijn zorgaanbieders verplicht om de in de G-standaard opgenomen indicatie waarvoor een add-on geneesmiddel of ozp-stollingsfactor is verstrekt aan de patiënt op de factuur te vermelden.

Aanspraakstatus in G-standaard

Van iedere indicatie van een add-ongeneesmiddel is in de G-standaard de aanspraakstatus voor vergoeding uit het basispakket opgenomen.

In de eerste maand zijn aan add-ongeneesmiddelen om technische redenen nog geen indicaties gekoppeld. In plaats daarvan kan de eerste maand de dummycode 9999998 gebruikt worden. Deze dummycode is standaard voorzien van de aanspraakcode JA.

Zienswijze bij aanvraag add-on

Met ingang van 1 januari 2018 worden vertegenwoordigers van zorgaanbieders en zorgverzekeraars niet meer direct door de NZa op deze mogelijkheid gewezen om hun zienswijze te geven op de aanvraag van een nieuwe add-on status voor een genneesmiddel.

In plaats daarvan wordt op de website van de NZa schematisch weergegeven welke aanvragen door de NZa worden behandeld met daarbij de uiterste datum tot wanneer partijen hun zienswijze kunnen indienen bij de NZa.

Zienswijze bij intrekking add-on

In geval van een aanvraag voor het intrekken van een prestatie, zal de NZa zowel vertegenwoordigers van zorgaanbieders en zorgverzekeraars als de registratiehouder actief om een zienswijze blijven vragen. Hiervoor wordt daarom geen termijn opgenomen in het schema op de website.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee