Vetzuren verminderen werking van chemotherapie

27 juni 2016 – ,Julia Houthuijzen (Universiteit Utrecht) toont in haar proefschrift dat specifieke cellen in het beenmerg vetzuren produceren die in samenspel met cellen in de milt resistentie tegen chemotherapie opwekken. Op basis van haar data, raadt ze kankerpatiënten aan om 24 uur voor en na toediening van chemo therapie geen visolie of vette vis te consumeren.

PIFAs

De vetzuren, genaamd PIFAs (platinum-induced fatty acids, 12-S-HHT en 16:4(n-3)) worden door mesenchymale stamcellen gemaakt in respons op platinumhoudende chemotherapie. Zij kunnen de werking van chemobehandeling teniet doen. De PIFAs werken niet direct op de tumorcellen, maar functioneren via de milt.

Via de milt

In de milt bevinden zich onder andere macrofagen (Grieks: grote eters, makros: groot, phagein: eten). Deze cellen kunnen dode of beschadigde cellen en lichaamsvreemde deeltjes zoals bacteriën opeten. Met verschillende tumormuismodellen heeft Houthuijzen laten zien dat de macrofagen in de milt geactiveerd worden door de PIFAs en daardoor lysophosphatidylcholines (LPCs) uitscheiden. Deze LPCs zorgen ervoor dat de DNA-schade veroorzaakt door chemotherapie sneller gerepareerd wordt in de tumor waardoor deze ongevoeliger worden voor de behandeling.

Stijging van 16:4(n-3) in bloedplasma

Naast de lichaamseigen productie van PIFAs kan 16:4(n-3) ook aanwezig zijn in vis en visolie. Consumptie van vette vis en visolie leiden in gezonde vrijwilligers tot een stijging van 16:4(n-3) in het bloedplasma tot een niveau dat in muizen chemoresistentie kan veroorzaken. Daarom raadt Houthuijzen kankerpatiënten aan om 24 uur voor en na toediening van de chemotherapie geen visolie of vette vis te consumeren.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee