Santeon meet kwaliteit kankerzorg aan de hand van praktijk

10 februari 2014

13 februari 2014 

Santeon, het samenwerkingsverband van zes topklinische opleidingsziekenhuizen, presenteerde op 7 februari de uitkomstindicatoren voor behandeling van prostaat- en longkanker. Met deze uitkomstindicatoren komt informatie beschikbaar over de effecten van een behandeling voor patiënten. Wat is het risico op complicaties, hoe lang leeft de patiënt na behandeling en wat is de kwaliteit van leven? Belangrijke informatie voor patiënten, verwijzers, zorgverzekeraars en voor de ziekenhuizen.

De uitkomsten van het onderzoek werden vrijgegeven tijdens het symposium Zorg voor Uitkomst in Utrecht en door iedereen te bekijken.

Landelijke standaard

De verwachting is dat Zorg voor Uitkomst de landelijke standaard wordt en dat meer ziekenhuizen aansluiten. De komende jaren worden telkens recente gegevens aan de berekening van de indicatoren toegevoegd, zodat de ontwikkelingen over de jaren zichtbaar worden. Bij het opstellen van de uitkomstindicatoren werd nauw samengewerkt met een klankbordgroep met vertegenwoordigers van patiënten, verzekeraars en overheden en er is overleg met de wetenschappelijke artsenverenigingen. Het totstandkomingsproces en de indicatoren werden bovendien beoordeeld door een internationale wetenschappelijke adviesraad voor inhoudelijke en methodische toetsing (Value Based Health Care).

Long- en prostaatkanker in kaart

Als eerste zijn nu de uitkomsten in kaart gebracht voor patiënten met longkanker en prostaatkanker. Drie Santeon ziekenhuizen stelden daarvoor patiëntengegevens beschikbaar, afkomstig uit de periode 2005 t/m 2011. De eerste meting is verricht door het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein, het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) in Nijmegen. Het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, Medisch Spectrum Twente in Enschede en het Martini Ziekenhuis in Groningen sluiten in 2014 aan.

Franz Schramel: Echte keuze voor patiënten

“De veelgebruikte procesindicatoren zoals wachttijden en doorlooptijden geven geen antwoord op de vraag hoe goed je het nu doet voor de patiënt zelf. Ze raken de kern niet”, aldus dr. Franz Schramel, longarts bij het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein. “De indicatorensets die wij hebben ontwikkeld bij het programma Zorg voor Uitkomst, gaan daar wel over. Wij vragen de patiënt: zou je met de kennis van nu, opnieuw kiezen voor die behandeling in dat ziekenhuis? En we hebben een beknopt aantal goed gedefinieerde parameters, waarmee we de uitkomst in kaart brengen op een manier die aansluit bij de vraag van de patiënt. Die wil weten wat zijn overlevingskansen zijn, hoe groot de risico’s zijn op complicaties – precies de dingen die je als behandelaar natuurlijk ook wilt weten en verbeteren. Als we dat soort gegevens voor alle ziekenhuizen boven tafel krijgen, zetten we een enorme stap voorwaarts. Dan geven we patiënten echt een keuze en leren we zelf veel meer over de gevolgen van ons handelen.”

Met deze indicatoren is het mogelijk om ziekenhuizen onderling te vergelijken. Dit kan alleen als er rekening gehouden wordt met risicofactoren zoals leeftijd, ernst van de tumor en geslacht. Dat is tot nu toe niet gedaan, bij deze indicatoren wel.

Dr. Eric Vrijhof, uroloog: Opmerkelijke verschillen

Dr. Eric Vrijhof, uroloog in het Catharina Ziekenhuis: “Er komen soms opmerkelijke verschillen naar voren. Bijvoorbeeld: De overlevingscijfers over de periode van 2007 tot en met 2011 laten verschillen zien tussen eigen en verwezen patiënten bij een prostaatoperatie. Bij het St. Antonius Ziekenhuis en het CWZ hebben de door andere ziekenhuizen verwezen patiënten een betere overleving dan de eigen patiënten. Bij uitwendige bestraling in het Catharina Ziekenhuis is het effect net andersom: eigen patiënten overleven significant beter dan verwezen patiënten, terwijl de behandeling hetzelfde is. Een mogelijke oorzaak is de indicatiestelling; wat is de ernst van de ziekte op het moment dat de patiënt start met de behandeling? De cijfers gaan over de periode tot en met 2011, dus we moeten enige voorzichtigheid in acht nemen bij harde conclusies over de huidige situatie. Maar dit is zeer bruikbare informatie om te kijken of er nog mogelijkheden zijn om de zorg te verbeteren.”

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee