Samenwerking en Onderlinge dienstverlening in 2016

5 augustus 2015 – De samenwerking in de oncologische keten wordt hechter. Centra verwijzen voor delen van de diagnostiek (bijv. MRI geleide biopten) en de behandeling (bijv. robotoperatie of medicatie – radium) steeds vaker naar elkaar door. Uit kwaliteitsoverwegingen, IGZ en SONCOS normeringen, om redenen van concentratie van zorg, vanwege het ziekenhuisprofiel of de selectieve inkoop van de zorgverzekeraar.

Wanneer een (gezondheidszorg)prestatie op verzoek van een andere instelling wordt geleverd, is dit ‘onderlinge dienstverlening’. Sinds 2008 geldt dat de uitvoerende instelling de gemaakte kosten uitsluitend in rekening mag brengen bij de aanvragende instelling (en niet bij de zorgverzekeraar).

Dit houdt in dat instellingen voor de contracten 2016 dus niet alleen moeten onderhandelen met zorgverzekeraars, maar ook – tijdig – met elkaar.

In de circulaire CI/15/27c schrijft de NZa over Onderlinge dienstverlening 2016:

Per 2016 voeren wij een aantal aanpassingen door in de definitie van onderlinge dienstverlening. Deze aanpassingen zijn met name noodzakelijk vanwege ontwikkelingen in de zorgpraktijk, zoals selectieve contractering, regiomaatschappen én spreiding en concentratie van zorg. De aanpassingen hebben betrekking op het vereenvoudigen van de definitie en het verhelderen van het onderscheid tussen verzoek (onderlinge dienstverlening) en doorverwijzing (geen onderlinge dienstverlening).

Verwijzen voor diagnostiek of behandeling? Onderling verrekenen van kosten!

In de Beleidsregel Prestaties en Tarieven medisch specialistische zorg BR/CU/2136 per 1 januari 2015 is Onderlinge dienstverlening als volgt omschreven:

  • 7.23 Onderlinge dienstverlening

    Overeenkomst tussen twee of meer zorgaanbieders die betrekking heeft op het leveren van zorg aan een patiënt tegen een onderling overeen te komen tarief, waarbij één van de zorgaanbieders optreedt als eigen zorgverlener voor de patiënt en uitsluitend deze eigen zorgverlener gerechtigd is om, voor de in het kader van die overeenkomst geleverde zorg als (onderdeel van een) prestatie, een tarief bij de zorgverzekeraar of de patiënt in rekening te brengen.

In de Nadere regeling medisch specialistische zorg NR/CU/260 is dit verder toegelicht:

  • 13.6 Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de eigen zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft en de prestatie bij de uitvoerder heeft aangevraagd.
     
  • 15.5 Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de uitvoerende instelling geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht.
     
  • Deze bepaling is niet van toepassing op WBMV-zorg. In dat geval mag de uitvoerende instelling wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels.

De onderlinge verrekening van kosten is per 1 januari 2015 zó geregeld (NZa Circulaire Cl/14/28c): 

  • De NZa heeft één algemene prestatie vastgesteld voor alle vormen van onderlinge dienstverlening met als tariefsoort een vrij tarief. Dit betekent dat er per 2015 één brede prestatie-omschrijving bestaat, te weten: ‘onderlinge dienstverlening’, waarmee alle denkbare (deel)prestaties c.q. activiteiten in rekening kunnen worden gebracht die in het kader van onderlinge dienstverlening tussen zorgaanbieders (instellingen, natuurlijke personen, rechtspersonen, solopraktijken, etc.) plaatsvinden. Hiermee wordt het voor zorgaanbieders mogelijk om zelf te kiezen voor een vorm van vergoeding voor over en weer verleende diensten en geleverde prestaties.
     

Aanpassingen per 2016

Op verzoek van veldpartijen heeft de NZa (de interpretatie van) Onderlinge dienstverlening verduidelijkt in de regelgeving voor 2016.

De definitie van onderlinge dienstverlening per 1 januari 2016 vereenvoudigd (BR/CU/2143):

  • Het leveren van zorg als (onderdeel van een) DBC-zorgproduct door één of meerdere instellingen of medisch specialisten (niet zijnde de hoofdbehandelaar) op verzoek van de hoofdbehandelaar.

Volgens de huidige regelgeving mogen alleen twee DBC-zorgproducten worden gedeclareerd indien sprake is van het doorverwijzen van de patiënt voor diagnostiek en behandeling. Vanwege de knelpunten die hierdoor ontstaan in de praktijk laten wij deze bepaling per 2016 los, zodat er twee DBC-zorgproducten gedeclareerd mogen worden indien sprake is van het doorverwijzen van de patiënt voor diagnostiek en/of behandeling. In onderstaande figuur wordt deze regelgeving schematisch weergegeven.

In de Nadere regeling NR/CU/263 is dit verduidelijkt:

  • Artikel 31. Onderlinge dienstverlening
  1. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de uitvoerende zorgverlener geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht.
     
  2. De bepaling zoals opgenomen in lid 1 is niet van toepassing op:

    a. WBMV-zorg indien alleen de uitvoerende instelling een WBMV-vergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg;

    b. de situatie waarin een medisch specialist die vanuit een categorale instelling is gedetacheerd in een ziekenhuis doorverwijst naar de categorale instelling voor gespecialiseerde zorg;

    c. de situatie waarin de patiënt voor (hoog)complexe zorg wordt verwezen naar een andere instelling omdat de benodigde behandelfaciliteiten of kennis en/of kunde ontbreken in de instelling.

    d. een acute zorgvraag die behandeld wordt in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt initieel onder behandeling is.

    In deze gevallen mag de uitvoerende zorgverlener wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels en kan de zorg niet middels onderlinge dienstverlening worden verrekend.
     

  3. Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de eigen zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft.
     
  4. Alleen de zorgaanbieder die optreedt als ‘eigen zorgverlener’ voor de patiënt is gerechtigd om de geleverde zorg als prestatie bij de zorgverzekeraar of de patiënt in rekening te brengen

Meer informatie

Per 2016

Per 2015

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee