Risico op onderbehandeling kleiner door nieuw bekostigingsbeleid geneesmiddelen

24 juli 2013 – Zorgverzekeraars, zorgaanbieders, patiënten, beroepsverenigingen en wetenschappelijke verenigingen vinden dat het huidige beleid rondom de bekostiging van dure geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg te veel knelpunten kent, met name ten aanzien van de toegankelijkheid (risico op onderbehandeling), macrobetaalbaarheid, transparantie en administratieve lasten.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft daarom in samenwerking met veldpartijen het afgelopen jaar nagedacht over nieuw bekostigingsbeleid voor geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg. Op 23 juli 2013 heeft de NZa het adviesrapport “Bekostiging geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg, Ruimte voor maatwerk per 1 januari 2015” aan de minister van VWS gestuurd voor besluitvorming.

Risico op onderbehandeling door huidige bekostigingsbeleid

“Het bekostigingssysteem van intramurale geneesmiddelen staat los van de vraag of een patiënt aanspraak heeft op een geneesmiddel via het basispakket. In de praktijk blijkt dit echter elkaar te beïnvloeden. Zo lijkt een zorgaanbieder vanuit financiële overweging minder geneigd een geneesmiddel voor te schrijven als het bekostigd moet worden via een DBC-zorgproduct. Vanuit de macrobetaalbaarheid kan dit gunstig zijn, maar als de patiënt medisch noodzakelijke zorg wordt onthouden is de toegankelijkheid in het geding.

Een belangrijke, zo niet de belangrijkste, oplossing hiervoor is duidelijke communicatie tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar over welke zorg (geneesmiddelen) zijn ingekocht.
Daarnaast is het van belang dat de NZa let op de toegankelijkheid door middel van monitoring. Als de toegankelijkheid in het geding komt, dient de vraag te worden beantwoord in welke mate zorgaanbieder en/of zorgverzekeraar hiervoor verantwoordelijk zijn. Samenwerking met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is hiervoor noodzakelijk.”, aldus de NZa in het adviesrapport.

Advies nieuw bekostigingsbeleid voor geneesmiddelen

Op dit moment is er een lijst met dure geneesmiddelen die ziekenhuizen als add-on mogen declareren. Geneesmiddelen die na 1 januari 2012 zijn geregistreerd moeten gemiddeld duurder zijn dan €10.000 per patiënt per jaar om op die lijst te komen.

In het rapport adviseert de NZa de minister van VWS over beleid dat meer maatwerk kan bieden, voor een betere toegankelijkheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg.

De belangrijkste kenmerken van het voorgestelde beleid zijn:

  • Tweezijdig verzoek: Minstens één zorgaanbieder en minstens één zorgverzekeraar moeten samen een add-on aanvraag indienen bij de NZa. Nu kan het nog een éénzijdig verzoek van zorgaanbieders of zorgverzekeraars zijn. De NZa betrekt vervolgens in haar besluitvorming over een add-on aanvraag een advies van vertegenwoordigers van zorgaanbieders (NVZ, NFU en ZKN) en zorgverzekeraars (ZN).
     
  • Add-on per geneesmiddel: In plaats van het niveau van stofnaam-toedieningsvorm-indicatie wordt de add-on op een lager niveau vastgesteld en gelijkgesteld aan het niveau van het registratienummer van een geneesmiddel zoals het op de markt wordt gebracht (ZI-nummerniveau). Er wordt in de prestatie geen onderscheid meer gemaakt naar indicaties, dus één add-on per geneesmiddel.
     
  • De NZa stelt een maximumtarief vast per add-on door te verwijzen naar een prijslijst met functionele kenmerken die voldoet aan door de NZa vastgestelde eisen.
     
  • Het wordt verplicht een toegediend geneesmiddel dat op de add-on lijst staat als add-on te declareren. Op dit moment kan een duur geneesmiddel met een add-on ook bekostigd worden via het tarief van een DBC-zorgproduct.
     
  • Nieuw is het mogelijk verzoek tot het schrappen van een add-on declaratietitel. Dit kan worden ingediend door minstens één zorgaanbieder en minstens één zorgverzekeraar.

De NZa adviseert de minister dit beleid per 1 januari 2015 in te voeren. Vanaf dat moment zijn zorgverzekeraars risicodragend voor geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg en zullen zij ook voldoende kennis (kunnen) hebben over geneesmiddelen ten behoeve van zorginkoop. De NZa zal de kostenontwikkeling na introductie monitoren.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee