Registreren van indicatie addon-geneesmiddel

5 april 2017 – De NZa heeft circulaire CI/17/10c gepubliceerd met antwoorden over een aantal vragen over het beleid rond add-ongeneesmiddelen. Een van de onderwerpen is de registratie van de declaratie.

Factuur

Met ingang van 1 januari 2017 moet de indicatie voor een addon-geneesmiddel, worden vermeld op de factuur. Vanuit het zorgveld is de vraag gesteld of het mogelijk is een indicatie op de factuur te vermelden die niet (letterlijk) staat genoemd in de samenvatting van de productkenmerken (SmPC) van dat toegediende geneesmiddel, maar waarvoor de arts het wel heeft voorgeschreven. Dat is mogelijk.

Add-on databank

Het CIBG heeft de verplichte vermelding op de factuur van de indicatie gefaciliteerd door een databank te bouwen: de add-on databank (AOD). De AOD bevat alle mogelijke indicaties. De basis voor deze databank zijn geregistreerde indicaties zoals opgenomen in de SmPC, aangevuld met off-label indicaties die zijn opgesteld door de wetenschappelijke verenigingen.

Registratie

De AOD is geen limitatieve indicatielijst welke deel uitmaakt van de regelgeving van de NZa. De NZa verplicht een zorgaanbieder slechts te registreren waarvoor hij een addon-geneesmiddel heeft ingezet, maar bepaalt niet welke geneesmiddelen een arts wel en niet voor mag schrijven bij welke indicaties, of welke geneesmiddelen een (ziekenhuis)apotheek mag verstrekken.

Het is dus toegestaan dat de zorgaanbieder een indicatie zoals opgenomen in de SmPC-tekst van geneesmiddel 1 vermeldt op de factuur bij de declaratie van geneesmiddel 2, mits dit daadwerkelijk de indicatie is waarvoor geneesmiddel 2 aan de patiënt wordt verstrekt.

G-standaard

In de NZa circulaire is ook informatie opgenomen over registratie bij indicaties waarvoor een geneesmiddel wordt gebruikt dat niet is opgenomen in de G-standaard.

Voor de volledige tekst klik hier.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee