Regels add-on geneesmiddelen 2017

6 april 2016 – Het aantal wijzigingen in het DBC-pakket 2017 is beperkt. De grootste wijzigingen zijn onverzekerde zorg, voorwaardelijke toegelaten zorg en de regels voor geneesmiddelen. Van de laatste een gedetailleerd overzicht.

Nieuw beleid voor add-ons

Zorgaanbieders registreren en declareren add-on geneesmiddelen en stollingsfactoren op basis van stofnaam en toedieningsvorm, terwijl deze bij de fabrikant worden ingekocht op merknaam en sterkte. Vanaf 2017 sluiten de registratie- en declaratieregels voor geneesmiddelen aan op de wijze van inkoop. Daarnaast wordt de informatie over geneesmiddelen op de zorgnota uitgebreid. Op de nota komt welk geneesmiddel is verstrekt en voor welke aandoening.

Vaststelling add-ons op niveau lijstprijs zonder indicaties

Vanaf 1 januari 2017 zullen de prestaties en tarieven van add-on geneesmiddelen niet meer worden vastgesteld op het niveau van de laagste prijs per milligram werkzame stof (stofnaam), toedieningsvorm en indicatie. In plaats daarvan worden prestaties en tarieven vastgesteld op het niveau van de lijstprijs (apotheekinkoopprijs, AIP) per handelsproduct, zonder onderscheid naar indicaties. Er zal dus één add-on prestatie per handelsproduct worden vastgesteld en als zodanig kunnen worden gedeclareerd.

Medio 2016 zal de NZa een tabel publiceren van de omzetting van de add-on geneesmiddelen prestaties op het huidig vastgestelde niveau (stofnaam) naar het nieuwe niveau (handelsproduct). Hetzelfde zal de NZa doen voor de ozp-stollingsfactoren.

Geneesmiddelen met add-on prestatie in de G-standaard

Per 2017 kunnen zorgaanbieders in de G-standaard van de Z-Index zien voor welke geneesmiddelen een add-on prestatie is vastgesteld en welke NZa maximumtarieven voor die geneesmiddelen gelden.

ZI-nummers i.p.v. ZA-codes

Er wordt geen aparte prestatie- en tarieventabel meer gemaakt en onderhouden. De NZa stelt vanaf 2017 ook geen zorgactiviteit (ZA)-codes meer vast voor add-on geneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren. De noodzaak daartoe bestaat niet meer, omdat de in de G-standaard opgenomen geneesmiddelen reeds ZI-nummers hebben. Deze ZI-nummers kunnen dezelfde functie vervullen als de huidige ZA-codes.

On- en Off-label

Het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) stelt CIBG add-on databank op. Daarop komen per add-on geneesmiddel de geregistreerde (on-label) en niet geregistreerde (off-label) indicaties te staan. Het maken van een indicatielijst per handelsproduct is een continu proces dat het CIBG zal uitvoeren. De indicaties zullen worden gecodeerd en worden opgenomen in de maandelijkse G-standaard.

G-standaard wordt voorwaarde voor add-on

Met ingang van 2017 moet een geneesmiddel zijn opgenomen in de G-standaard van Z-index om in aanmerking te komen voor een aparte bekostigingstitel als add-on geneesmiddel of stollingsfactor. De G-standaard is een bestand dat al gebruikt wordt in de extramurale farmacie en kan, in tegenstelling tot de huidige prestatie en tarieven tabel van de NZa, technisch worden ingelezen door zorgaanbieders en zorgverzekeraars ten behoeve van het declaratieverkeer. Dit vermindert de administratieve lasten van ziekenhuizen en zorgverzekeraars.

Indicatie op de factuur

In de regeling Medisch specialistische zorg wordt een nieuwe declaratieverplichting opgenomen die zorgaanbieders verplicht de indicatie van een voorgeschreven/toegepast add-on geneesmiddel of ozp-stollingsfactor op de factuur te vermelden.

Deze declaratieverplichting met daarbij een mogelijkheid voor een opt out regeling is analoog aan de recentelijk ingevoerde verplichting in de medisch specialistische zorg om de zorgactiviteiten op de factuur te vermelden.

Juridische houdbaarheid

De afgelopen jaren is gebleken dat het vaststellen van add-on geneesmiddelen op het niveau van de stofnaam in combinatie met toedieningsvorm en indicatie niet altijd aansluit bij de praktijk. Dit heeft geleid tot interpretatieverschillen en enkele juridische procedures. Als gevolg daarvan heeft de NZa op last van de hoogste bestuursrechter een aantal keer moeten afwijken van haar beleid. Daarmee is de uitvoerbaarheid van het huidige add-on geneesmiddelenbeleid steeds meer onder druk komen te staan. Met de invoering van het nieuwe beleid per 1 januari 2017, zal de juridische houdbaarheid ervan sterk toenemen.

Zorgverzekeraars risicodragend

De Minister heeft onlangs besloten dat zorgverzekeraars per 2016 volledig risicodragend zijn voor alle add-on geneesmiddelen, waaronder ook de oncolytica. Hiermee beoogt VWS verzekeraars een prikkel voor doelmatige zorginkoop te geven. Er geldt een tijdelijke uitzondering op de risicodragendheid voor nieuwe, dure geneesmiddelen die via de zogenoemde sluis terechtkomen in het pakket.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee