Onderzoek onder patiënten over controles na diagnose melanoom

12 maart 2018 – Onlangs presenteerde de Stichting Melanoom de resultaten van haar onderzoek naar de mening van de Nederlandse patiënt over zijn of haar (follow-up) controles na de diagnose (huid)melanoom.

307 respondenten (waarvan het merendeel huidmelanoompatiënt) vulden de vragenlijst in. De achtergrond van de respondenten was zeer divers. De meerderheid was recentelijk (in of na 2010) gediagnosticeerd, aldus de Stichting Melanoom.

Onbekend stadium

Uit de antwoorden bleek dat maar liefst 76 van de 235 patiënten (ca 32%) zijn of haar stadium niet kon aangeven. Het kennen van het stadium is volgens de patiëntenorganisatie van groot belang. Dat stadium vormt namelijk de basis voor het behandelprotocol (inclusief klinische studies) en voor de frequentie en duur van nacontroles. Bovendien geeft het meer duidelijkheid over de verwachte prognose.

Aanvullend beeldvormend onderzoek

Een tweede uitkomst van achterbanraadpleging is dat de meerderheid van vooral stadium III patiënten behoefte heeft aan aanvullend onderzoek, vooral beeldvormend zoals PET, bovenop de huidige wijze en frequentie van nacontroles. Deze uitkomst is voor de Stichting Melanoom niet verrassend, omdat de organisatie deze geluiden ook hoort in Engeland en Duitsland, waar dit voor hoog-risico melanoompatiënten standaard wordt gedaan.

Richtlijn melanoom wordt geactualiseerd

Ook de ESMO (Europese) richtlijn Melanoom is hierover duidelijk: vanaf stadium IIC jaarlijks een PET/CT.

Stichting Melanoom gebruikt de onderzoeksresultaten om ook in Nederland consensus te bereiken over deze preventieve PET/CT’s. Dat is nog niet gelukt, maar op dit moment wordt de richtlijn Melanoom geactualiseerd. Stichting Melanoom grijpt deze mogelijkheid aan om zich hard te maken voor betere monitoring van alle hoog-risico melanoompatiënten.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee