NZa toetst aanbevelingen dure geneesmiddelen

29 juli 2015

29 juni 2015

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft haar onderzoeksrapport naar de toegankelijkheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg voor commentaar en opmerkingen voorgelegd aan patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars en de brancheorganisaties van aanbieders en producenten van geneesmiddelen. De NZa licht in een brief aan de minister van VWS een aantal reacties nader toe en geeft een reactie.

Signalen dat patiënten niet de middelen krijgen waar zij op aangewezen zijn

In de bevindingen van ons rapport hebben wij opgemerkt dat de NZa geen harde bewijzen heeft gevonden van het doorsturen van patiënten naar andere ziekenhuizen of het onthouden van geneesmiddelen waar patiënten op aangewezen zijn.
In de reacties komt zowel naar voren dat aanbieders dat op grond van richtlijnen niet mogen (zie ook onze reactie ad 1) als dat er wel degelijk sprake zou zijn van patiënten die om financiële redenen geen toegang hebben tot bepaalde geneesmiddelen.

In ons rapport hebben wij de desbetreffende signalen niet willen bagatelliseren. In tegendeel, wij nemen ze heel serieus en hebben ook in de conclusies gewezen op de risico’s dat dit gebeurt respectievelijk in de nabije toekomst kan gaan gebeuren. Wij hebben echter in de loop van dit onderzoek niet op basis van gegevens onafhankelijk kunnen vaststellen dat patiënten nadeel hebben ondervonden. Dit is overigens in lijn met de constatering in uw brief van 10 juli1 waarin vermeld wordt dat bij het Landelijk Meldpunt Zorg hierover ook nog geen meldingen zijn binnengekomen.

De rol van de medisch specialist

Enkele partijen hebben opgemerkt dat wij de medisch specialist niet als schakel in de keten hebben benoemd. Achteraf bezien was het duidelijker geweest om die positie te benoemen in het hoofdstuk hoofdrolspelers. In de financiële keten (dat wil zeggen in de stappen waar de prijsvorming, respectievelijk de vergoeding van dure geneesmiddelen wordt bepaald) hebben wij de rol van de specialist benoemd.

Uit de reacties komt ook naar voren dat de specialist ‘klem’ kan komen te zitten tussen enerzijds zijn professionele verantwoordelijkheid jegens de patiënt en anderzijds het financiële beleid van het ziekenhuis. Dat is in het rapport wellicht ten onrechte onderbelicht gebleven.

Dat specialisten een rol spelen bij een oplossing van de problematiek van dure geneesmiddelen onderschrijven wij. Dat blijkt ook uit onze aanbevelingen waar wij pleiten voor bundeling van krachten in de inkoop waarbij de expertise van de specialist van belang is, het belang van richtlijnen en een eenduidig beleid in ziekenhuizen.

Belemmeringen uit hoofde van de Mededingingswet

Uit verschillende reacties komt naar voren dat de Mededingingswet beperkingen oplegt aan samenwerking op het gebied van inkoop, zowel bij zorgverzekeraars als bij zorgaanbieders.
Wij hebben dit onderkend in ons rapport (zie bijvoorbeeld de aanbeveling op pag. 85). Het is echter een belangrijk signaal dat wettelijke bepalingen partijen kennelijk hinderen bij vormen van samenwerking die in het belang van de patiënt zouden moeten zijn.

Toch is samenwerking niet onmogelijk; in ons rapport hebben wij het initiatief van een groep ziekenhuizen en dat van een zorgverzekeraar opgenomen . De reacties tonen dat bijvoorbeeld ook de UMC’s samenwerken. Wij pleiten dan ook voor het verkennen van de mogelijkheden om dergelijke initiatieven te versterken en uit te breiden.

Strenger pakketbeheer

Uit de reacties blijkt dat veel partijen voorstander zijn van strenger pakketbeheer, dat wil zeggen dat een einde zou moeten komen aan het systeem van de ‘open aanspraak’ voor geneeskundige zorg en/of dat een striktere beoordeling van effectiviteit en kosten/baten moet plaatsvinden voordat een nieuw geneesmiddel wordt toegelaten. Een aantal partijen wijst echter op het feit dat strenger pakketbeheer ook met zich meebrengt dat patiënten later dan nu of zelfs in het geheel geen toegang meer krijgen tot (nieuwe) middelen.

Het wijzigen van het systeem van de aanspraak is een ingrijpende maatregel die ook wetswijziging vergt. Met een dergelijke maatregel – en andere maatregelen die een uitgebreide beoordeling ‘aan de voordeur’ inhouden of die een harde limiet aan vergoedingen stellen- is een beperking van toegankelijkheid t.o.v. de huidige situatie inderdaad een effect dat afgewogen moet worden.

Dit dient afgezet te worden tegen het risico dat door financiële problemen uiteindelijk belemmeringen voor patiënten worden opgeworpen die voor hen niet duidelijk zijn en die ook nog eens van aanbieder tot aanbieder kunnen verschillen.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee