NZa beoordeling add-on geneesmiddelen

21 oktober 2013

21 oktober 2013

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de lijst met add-ons voor geneesmiddelen herbeoordeeld. 28 geneesmiddelen en indicaties die ziekenhuizen nu nog via een add-on kunnen declareren moeten per 1 januari 2014 in het DBC-zorgproduct geïntegreerd zijn. Deze geneesmiddelen kunnen dan niet meer separaat, en niet meer versneld gedeclareerd worden.

De NZa heeft in maart jl. aan ziekenhuizen, ZBC’s en revalidatiecentra informatie gevraagd over de hoeveelheid verstrekte ‘add-on’ geneesmiddelen en het bijbehorend aantal patiënten in 2012. Uit de beoordeling bleek dat 28 add-ons minder dan gemiddeld € 10.000 per patiënt per jaar kosten, de kostendrempel voor de add-on. Deze middelen gaan van de add-on-lijst (bijlage 5 van de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg) af. Een overzicht van de veranderingen staat in de circulaire Toetsing add-on geneesmiddelen aan kosten drempel.

Onderhandelingen 2014 zorgaanbieders en verzekeraars

NZa heeft onderscheid gemaakt tussen producten die behoren tot het gereguleerde (A) en vrije (B) segment. De producten die de kostendrempel niet haalden, maar behoren tot het gereguleerde A-segment, zijn ongemoeid gelaten. Voor producten die tot het vrije B-segment behoren en onder de kostengrens vallen, vervalt de add-on.

Deze veranderingen zullen dus nog meegenomen moeten worden in de contractonderhandelingen tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars voor 2014.

De NZa heeft op haar website een zogenoemde koppeltabel geplaatst waarin zichtbaar is welke add-on bij welk DBC zorgproduct hoorde in 2013, zodat het voor partijen duidelijk is over welke DBC-zorgproducten eventueel opnieuw onderhandeld moet worden. Klik daarvoor op Bijlage 1 bij circulaire CI/13/39c.xls.

Informatie voor patiënten

De NZa heeft gelijktijdig ook een factsheet gepubliceerd. Daarin benadrukt de NZa:

U houdt recht op het geneesmiddel
Een add-on is een manier van bekostigen. Het zegt niets over of iemand recht heeft op een geneesmiddel of niet. Als een middel niet op de lijst staat, dan moet de arts het gewoon voorschrijven als een patiënt het geneesmiddel volgens hem nodig heeft.

In aanvulling daarop, geeft de NZa in de Veelgestelde vragen de volgende informatie: 

Mijn arts wil me het dure geneesmiddel niet meer
voorschrijven. Wat nu?

De reden van uw arts het geneesmiddel niet meer
voor te willen schrijven is belangrijk. Heeft dit een
financiële achtergrond of een medisch inhoudelijke achtergrond? Als volgens u de arts het middel niet meer voorschrijft om financiële redenen, spreek dan allereerst uw arts hierop aan. Neem ook contact op met uw zorgverzekeraar. Uw zorgverzekeraar heeft namelijk zorgplicht richting haar verzekerden en moet zorgen dat u het middel krijgt als dit medisch inhoudelijk noodzakelijk is.
Meld uw probleem daarnaast bij uw
patiëntenvereniging en bij de NZa, mogelijk
kunnen zij ook in actie komen.

Dure geneesmiddelen onder DOT en prestatiebekostiging

Dure en weesgeneesmiddelen zijn per 2012 niet alleen in de add-on maar ook onder de zogenoemde prestatiebekostiging geplaatst. Dat betekent dat ziekenhuizen sinds 1 januari 2012 geen vaste vergoeding meer krijgen voor de netto inkoopkosten van de dure geneesmiddelen.

Individuele zorgverzekeraars en individuele ziekenhuizen moeten onderhandelen over de inkoop, de prijs en de kwaliteit van de (medicinale) behandeling. Dit, ongeacht of de geneesmiddelen een add-on hebben of, bij afwezigheid van een add-on, automatisch tot het DBC-zorgproduct behoren:

  • De inkoop van de medicamenteuze behandelingen
    Wil de zorgverzekeraar deze behandeling wel bij dit ziekenhuis inkopen of liever bij een ander ziekenhuis?
     
  • De hoogte van de bekostiging van dure geneesmiddelen
    Komen zorgverzekeraar en ziekenhuis 100% van de netto inkoopprijs overeen of valt dat lager uit?
     
  • De kwaliteit van de behandeling
    Kunnen ziekenhuis en zorgverzekeraar het eens worden over de inzet van bepaalde behandelingen bij bepaalde groepen patiënten; moet er gewerkt worden op basis van de chronologie van de algemene richtlijnen of is er meer ruimte voor individuele afwegingen?
     

Meer informatie


Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee