Nieuwe KNMP-adviezen genotyperen

16 februari 2018 – De farmacogenetica-werkgroep van de KNMP adviseert sinds kort over de noodzaak om te genotyperen, wanneer de patiënt start met een nieuw geneesmiddel. De werkgroep gaf tot nu toe alleen medicatieadviezen voor patiënten met een afwijkend genotype.

Genotyperingsadviezen oncolytica

Genotyperingsadviezen zijn toegevoegd aan de risicoanalyses van de oncolytica fluorouracil / capecitabine en tegafur (bij patiënten met een variant van het gen voor DPD) en van de opioïden codeïne en tramadol (bij patiënten met een variant van het gen voor CYP2D6).

De planning is om het aantal genotyperingsadviezen elke drie maanden uit te breiden. Nieuwe adviezen worden vermeld in de GIC-Update.

Drie verschillende adviezen

Er zijn drie verschillende adviezen voor het genotyperen van patiënten voorafgaand aan de start van medicatie:

  • Genotyperen is noodzakelijk (systemisch fluorouracil, capecitabine en tegafur)
  • Genotyperen wordt geadviseerd (codeïne in analgetische doseringen of bij patiënten met additionele risicofactoren)
  • Genotypering kan worden overwogen voor individuele gebruikers (cutaan fluorouracil en tramadol).

De genotyperingsadviezen worden bepaald op basis van vier criteria:

  • Mogelijkheid dat ernstige gezondheidsschade kan plaatsvinden
  • Wetenschappelijke onderbouwing dat een afwijkend genotype het risico op deze schade verhoogt
  • Het aantal patiënten dat moet worden gegenotypeerd om één geval van gezondheidsschade te voorkomen
  • De informatie in het registratiedossier over afwijkende genotypen.

De exacte informatie over hoe de adviezen tot stand komen, zijn te vinden in de betreffende risicoanalyses op de KNMP Kennisbank.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee