Nieuwe indicatoren voor oncologie

2 maart 2017 – De Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) rapporteert jaarlijks over de resultaten van alle Nederlandse ziekenhuizen aan de hand van de kwaliteitsindicatoren uit de basisset. Uit de recente inventarisatie van risico´s blijkt dat diagnostiek, medicatie, coördinatie en samenwerking in de oncologische zorg de komende jaren meer aandacht behoeft in de basisset.

Kwaliteitsverbeteringen

Het rapport ’Het Resultaat Telt ziekenhuizen 2015’ laat zien dat de meeste van de indicatoren in het oncologische en het operatieve proces hun doel hebben bereikt. Deze behaalde indicatoren zijn afgesloten. M.u.v. neurochirurgie, kinderchirurgie en maagcarcinoom, zijn alle indicatoren over minimumaantallen voor specifieke operatieve ingrepen afgeschaft omdat ziekenhuizen voldoen aan de volumenorm of de betreffende ingreep niet meer uitvoeren.

Nieuw risicoprofiel

Alleen nieuwe kwaliteitsindicatoren waarmee een zo groot mogelijke kwaliteitsverbetering kan worden behaald komen in de basisset. Elke vier jaar wordt een risicoprofiel ontwikkeld. Hierin worden de grootste risico’s voor de zorg opgeschreven. Daartoe vraagt de inspectie wetenschappelijke verenigingen en V&VN afdelingen om een eigen risicoprofiel op te stellen en daarbij vijf vragen te beantwoorden:

  • Over welk risico gaat het?
  • Waarom is dit een groot risico?
  • Wat is het aantal patiënten dat risico loopt?
  • Wat is de aard van het risico?
  • In welke setting is dit een risico?

Focus op Diagnostiek en Medicatie

Uit het nieuwe risicoprofiel blijkt dat de door zorgprofessionals ervaren risico’s verschoven zijn van het oncologisch en het operatieve proces naar het diagnostische proces. Diagnostiek, in combinatie met medische technologie, is nu het grootste en meest complexe risico. Medicatie blijft een groot risico en kwetsbare groepen patiënten lopen het hoogste risico.

Rondom het medicatieproces zijn in de afgelopen jaren nieuwe indicatoren ontwikkeld. Ook zijn er nieuwe indicatoren in ontwikkeling, zoals de indicator hoog risico medicatie. Het diagnostische proces  is een  nog een onderbelicht zorgproces in de basisset. Hiervoor zullen indicatoren worden ontwikkeld. De nieuwe indicatoren krijgen een plaats in de basisset van 2018 en 2019.

Risico’s oncologie

In totaal zijn door de wetenschappelijke verenigingen en V&VN afdelingen vijftien risico’s genoemd die specifiek betrekking hebben op de oncologie.

Naast deze specifieke risico’s zijn ook bijna alle risico’s genoemd in het operatief proces, het verpleegkundig proces, de interventies en bij kwetsbare groepen ook van toepassing voor de oncologie.

  • Concentratie van zorg
    De Nederlandse Vereniging voor Klinisch Fysica (NVKF), de Nederlandse Vereniging voor  radiotherapie en Oncologie (NVRO) en V&VN Oncologie benoemen risico’s rondom de concentratie van de zorg. NVKF gaf aan dat door toenemende technologische complexiteit van behandelingen, de borging van de kwaliteit in het geding komt wanneer complexe zaken niet op reguliere basis worden uitgevoerd. NVRO gaf aan dat er een risico is op ontbreken van adequate kennis en continuïteit van patiëntenzorg, doordat er in de afgelopen jaren een groot aantal dependances zijn ontstaan, waardoor bemensing en dus ook kennis verspreid wordt. V&VN Oncologie benoemde de regionale vorming van netwerken als risico in hun risicoprofiel. In gesprek met de inspectie gaf zij aan dat dit vraagt om inzet van professionals om te komen tot regionale afstemming rondom zorgpaden over de belangen van de eigen centra heen. Indien dit niet goed ingeregeld wordt dan wel er onvoldoende afstemming is, lopen patiënten het risico op vertraging in de benodigde zorg, verlies aan informatie bij overdracht en onduidelijkheid over het aanspreekpunt in de keten.
  • Medicatie
    In totaal worden door de verenigingen 30 risico’s genoemd die betrekking hebben op het medicatieproces. De risico’s die overkoepelend terugkomen in de risicoprofielen zijn: onvolledige of niet tijdige medicatieoverdracht (tussen eerste en tweede lijn), polyfarmacie, medicatiefouten, antistollingsgebruik en het niet verkrijgen van geneesmiddelen (door o.a. financiering).Voor oncologie valt op dat veel ziekenhuizen aangegeven dat cytostatica niet in het Elektronisch Voorschrijf Systeem (EVS) zijn opgenomen. De Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU) benoemt ‘medicatiefouten’ als risico in hun risicoprofiel. Door een afwezige koppeling tussen apotheeksysteem en EPD komen medicatiefouten en ongewilde interacties vaak niet aan het licht. Niettemin heeft de uroloog de verantwoordelijkheid voor alle medicatie van de patiënt, dus ook voor die medicatie waarvan hij niet voorschrijver is.
  • Niet verkrijgen van geneesmiddelen (door financiering)
    Het niet verkrijgen van geneesmiddelen (door financiering) is een risico dat door veel verenigingen is genoemd. Meerdere verenigingen vroegen aandacht voor het probleem van cytostatica die in 2015 werden ingezet voor patiënten met een gevorderde ziekte, maar die in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid al eerder zullen worden ingezet.  De Nederlandse Vereniging voor Longziekten en Tubercolose (NVALT) gaf aan dat de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van medicatie onder druk staat. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) komt het steeds vaker voor dat de juiste medicatie voor pediatrische patiënten niet meer beschikbaar is. V&VN Oncologie gaf aan dat de financiering van nieuwe middelen (targeted en immunotherapie) onder druk staat. Of indicatoren een rol zullen spelen bij het toezicht op het gebruik van schaarse medicamenten is nog niet duidelijk. Als er goede diagnostische testen (‘companion diagnostics’) zijn voor het succes van een behandeling zou het gebruik daarvan onderdeel van een indicator kunnen zijn.

Lees de analyse van de inspectie over de volgende oncologische indicatoren op p. 123-166 van het rapport:

  • Borstkanker
  • Longchirurgie
  • Gastro-intestinaal
  • Urologische tumoren
  • Ovariumcarcinoom
  • Palliatieve radiotherapie

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee