Nazorg kanker in richtlijnen huisarts

20 december 2012 – Twee tot vijf jaar na de diagnose kanker gaan patiënten vaak naar de huisarts. Nu patiënten met kanker steeds langer overleven, moeten huisartsen zich voorbereiden op een grotere rol in de nazorg, omdat specialisten dat niet meer aankunnen. Hiervoor moeten de richtlijnen worden aangepast, betogen onderzoekers van het NIVEL in het Journal of Clinical Oncology.

Chronische ziekte

Ieder jaar krijgen wereldwijd 12,7 miljoen patiënten kanker. In Nederland is de vijfjaarsoverleving toegenomen van 47% in de begin jaren negentig tot 59% tussen 2004 en 2008. Kanker wordt meer een chronische ziekte die ook aandacht van zorgverleners vraagt op de lange termijn. Veel patiënten kampen jaren na de behandeling nog met vermoeidheid, spier- en gewrichtsklachten of met seksuele problemen. Deze klachten bemoeilijken hun werk en lichamelijke en sociale activiteiten. Huisartsen moeten zich daarom voorbereiden op een grotere rol in de nazorg aan deze patiënten.

Rol huisarts

Na afronding van de specialistische behandeling in het ziekenhuis is de huisarts de aangewezen persoon voor nazorg. Twee tot vijf jaar na de diagnose blijken borstkankerpatiënten 24% vaker bij de huisarts te komen, prostaatkankerpatiënten 33% vaker en darmkankerpatiënten 15% vaker dan patiënten van gelijk geslacht en met dezelfde leeftijd. Bij darmkankerpatiënten is het zorggebruik vooral verhoogd bij relatief jonge patiënten zonder bijkomende chronische ziekte. NIVEL-programmaleider Joke Korevaar: “Jongere patiënten gaan normaal gesproken natuurlijk minder naar de huisarts dan ouderen, dus een kleine toename lijkt al snel veel. Ouderen of mensen met comorbiditeit – bijkomende aandoeningen – zullen eerder consulten combineren. Ze gaan bijvoorbeeld al vanwege diabetes naar de huisarts en stellen in hetzelfde consult vragen over andere klachten.”

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee