Maatschappelijke belang van zorginnovaties

14 mei 2012 – Ga direct naar:

  • R&D investeringen Sanofi in de Europese Unie
  • R&D investeringen Sanofi wereldwijd
  • Patiënt moet profiteren van investering in O&O
  • Beperkte kosten geneesmiddeleninnovaties
  • Geneesmiddeleninnovaties voorbeeldfunctie in meten van baten
  • Maatschappelijke kosten en baten van zorg
  • Pomp: De gouden eieren van de gezondheidszorg
  • Ruwaard: Ander perspectief op gezondheidszorg nodig

R&D investeringen Sanofi in de Europese Unie

De 400 Europese topondernemingen investeerden in 2010 samen € 132 miljard in onderzoek en ontwikkeling. De farmaceutische industrie hoort tot de top van investeerders in R&D. De investeringen van farmaceutische en biotechnologische bedrijven groeide met 6,2% in 2010. Sanofi is de grootste investeerder in R&D van de farmaceutische bedrijven uit de EU.

Uit het 2011 EU Industrial R&D Investment Scoreboard van de Europese Commissie blijkt dat de investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) van topondernemingen in de EU in 2010 sterk zijn hersteld, met een stijging van 6,1% ten opzichte van 2009.
De data van 1400 topondernemingen wereldwijd laten echter zien dat de ondernemingen in de EU op het gebied van R&D-groei achterblijven bij hun belangrijke concurrenten uit de VS en een aantal Aziatische economieën. Tot de top 50 van de wereld behoren, als het gaat om het geheel aan R&D-investeringen, 15 ondernemingen in de EU, 18 bedrijven in de VS en 13 bedrijven uit Japan.

R&D investeringen Sanofi wereldwijd

Sanofi staat op de wereldranglijst op de 14e plaats met een R&D investering van 4,4 miljard euro in 2010. Sinds 2004 (het eerste EU Industrial R&D Investment Scoreboard) heeft Sanofi van alle farmaceutische bedrijven de grootste groei doorgemaakt : het bedrijf is 41 plaatsen gestegen op de R&D wereldranglijst. In 2010 heeft Sanofi haar R&D strategie volledig herzien. Naast een effectievere inzet van de ‘autonome’ R&D investeringen is het beleid gericht op het uitbouwen van publiek private samenwerking (PPS) met publieke en private onderzoeksinstellingen, (academische) ziekenhuizen en biotechnologische bedrijven.

 

Patiënt moet profiteren van investering in O&O

In 2025 moet de Life Sciences & Health sector van Nederland tot de wereldtop horen, zo is het streven van het (demissionair) kabinet Rutte. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft onlangs de Life Sciences & Health sector aangewezen als één van de 9 topsectoren. Deze topsectoren moeten Nederland in de top 5 van kenniseconomieën in de wereld brengen.

In de Regiegroep Life Sciences & Health zijn op het hoogste niveau de krachten gebundeld tussen grote en kleine bedrijven (in de medische technologie, biotechnologie en farma), gezondheidsfondsen, overheid, universiteiten en medische centra, verzekeraars en de financiële wereld. Het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid hebben in april 2012 de innovatiecontracten getekend, waarmee in 2012 ongeveer €2,8 miljard beschikbaar komt voor onderzoek en ontwikkeling van vernieuwende producten en diensten in de topsectoren van de economie. Het bedrijfsleven draagt hieraan €1,8 miljard bij, de overheid €1 miljard via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de instituten voor toegepaste kennis (TNO, DLO, ECN, NLR, Marin en Deltares).

Belangrijk is dat de grote investeringen die hier worden gedaan uiteindelijk ook ten goede komen aan de Nederlandse patiënten. Daarvoor is een innovatief continuüm een voorwaarde. Ingewikkelde regelgeving en lange procedures moeten geslecht worden om een product na een gedegen ontwikkelingsperiode ook daadwerkelijk binnen het bereik van de Nederlandse patiënt te brengen. Daar liggen nog struikelblokken.

Bekroonde Nederlandse innovaties ‘sneuvelen’ en zijn ook na vele jaren niet opgenomen in het verzekerde basispakket. Een voorbeeld daarvan is de MammaPrint, een ontwikkeling van onderzoekers van het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en in 2008 door het Zorg Innovatieplatform van het minister van VWS uitgeroepen tot één van de vier meest baanbrekende zorginnovaties.

Beperkte kosten geneesmiddeleninnovaties

De korte termijn bezuinigingen die nu in alle lidstaten van de Europese Unie plaatsvinden, hebben niet alleen een disproportioneel effect op de geneesmiddelensector maar belemmeren ook de toegankelijkheid voor patiënten tot noodzakelijke zorg. Een contraproductieve keuze.

In de Europese Unie wordt 17% van het totale budget voor gezondheidszorg uitgegeven aan geneesmiddelen. In Nederland is dit slechts 12%. Het overgrote deel hiervan gaat naar generieke geneesmiddelen, waarop geen patent meer rust en die dus goedkoop zijn. In de Rijksbegroting 2012 is voor het Budgettair Kader Zorg 2012 ruim 63,5 miljard euro gereserveerd. Aan innovatieve medisch specialistische geneesmiddelen werd in 2011 naar schatting 418 miljoen euro uitgegeven. (Zie ook: Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2012-2015 (voetnoot 1))

Geneesmiddeleninnovaties voorbeeldfunctie in meten van baten

De innovatieve farmaceutische industrie is feitelijk de enige bedrijfstak in de zorg die zo nauwkeurig de therapeutische meerwaarde en de kosteneffectiviteit in kaart brengt vóórdat een innovatie in het basispakket wordt opgenomen. De add-ons dure geneesmiddelen zijn de enige DBC-zorgproducten waarvan de kosten en baten zo goed in kaart zijn of worden gebracht.

Veel besparingsmogelijkheden zijn er niet meer bij innovatieve geneesmiddelen zónder het recht van de patiënt op zorg volgens de stand van de wetenschap en de praktijk aan te tasten.

Maatschappelijke kosten en baten van zorg

Diverse rapporten en onderzoeken geven aan dat preventie en zorg een belangrijke rol vervullen in de samenleving, niet alleen in het voorkomen en genezen van ziekten en het zorgen voor zieken, maar ook als bron van maatschappelijke baten:

Pomp: De gouden eieren van de gezondheidszorg

Onderzoeker en econoom Marc Pomp voerde in 2010 de eerste Nederlandse studie uit naar het economisch rendement van alle investeringen in de zorg: ‘Een beter Nederland – de gouden eieren van de gezondheidszorg‘. Hij concludeert dat het rendement van de Nederlandse zorg ruim 30 procent is en dus prima waar voor zijn geld levert. Iedere geïnvesteerde euro levert 1,30 euro aan baten op. In zijn berekeningen is de econoom aan de voorzichtige kant, zo blijkt uit het boek. De werkelijke winst per geïnvesteerde euro kan dus nog wel eens hoger uitpakken dan hij in beeld brengt.

De gezondheidszorg kost veel, maar levert nog veel meer op, allereerst in de vorm van gezondheidswinst, maar ook in de vorm van economische groei. In een artikel in het dagblad Trouw stelt Pomp in mei 2010: “In Nederland wordt zorg vooral gezien als kostenpost. Maar zorg is vooral een succesverhaal”. Hij typeert de zorg als ’een kip met gouden eieren’ en waarschuwt de politiek voor een al te rigoureuze slachtpartij nu bezuinigingen door de financiële malaise onvermijdelijk zijn.

Ruwaard: Ander perspectief op gezondheidszorg nodig

Prof. dr. D. Ruwaard is hoogleraar Public Health and Health Care Innovation aan de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences van de Universiteit Maastricht en voormalig Directeur-Generaal Volksgezondheid van het ministerie van VWS. In het dagblad Trouw is in mei 2012 een ingekorte versie verschenen van zijn oratie ‘De weg van nazorg naar voorzorg: buiten de gebaande paden‘. Volgens Ruwaard is een perspectiefwisseling op de gezondheidszorg noodzakelijk. “Evident is dat er belangrijke veranderingen en verschuivingen nodig zijn om de betaalbaarheid, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg te garanderen en te verbeteren”, zo stelt hij in dit artikel. “Gezondheid heeft een positieve invloed op de schoolprestaties en kan een rol spelen bij de vermindering van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Mensen kunnen daardoor langer blijven werken. Gezondheid is ook een belangrijke voorwaarde voor vrijwilligerswerk en mantelzorg en deelname aan het maatschappelijke leven.”

“Wat in de discussie soms lijkt te worden vergeten, is dat de huidige situatie vooral ook kansen biedt om de gezondheidszorg anders in te richten. Nu is er de mogelijkheid om schotten in de financiering te verwijderen die een duurzaam, betaalbaar en kwalitatief goed zorgstelsel in de weg staan. En kan er ruimte worden gecreëerd om buiten de gebaande paden te treden en innovatief te werken. Mijn belangrijkste advies aan de regering is om het uitgangspunt van de zorg te wijzigen: voortaan moet de overheid op gezondheidsuitkomsten sturen, of op zorgprocessen die voorspellend zijn voor gezondheidsuitkomsten, in plaats van op productie. Ik hecht er nadrukkelijk aan de kostenontwikkelingen in de zorg in een breed en positief perspectief te plaatsen.”

 

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee