Indicatie bij geneesmiddelen op ziekenhuisnota

6 november 2015

6 november 2015

Sinds juni 2014 dienen zorgaanbieders alle zorgactiviteiten te vermelden op de nota. Duidelijk vermeld moet zijn welke activiteiten op welke datum zijn gedaan en wat daarvoor in totaal in rekening wordt gebracht. Verzekeraars moeten deze informatie mededelen aan de verzekerde. Zo kunnen patiënten beter hun ziekenhuisrekening controleren.

Vanaf 2017 moet op de ziekenhuisnota óók vermeld worden welk merk geneesmiddel is gebruikt en voor welke ziekte (indicatie). Dit gaat gelden voor geneesmiddelen die apart van de behandeling in rekening worden gebracht: de zogenoemde add-on geneesmiddelen of ‘dure’ geneesmiddelen. Hierdoor zien ziekenhuizen, zorgverzekeraars én patiënten in één oogopslag welk geneesmiddel voor welke indicatie is voorgeschreven of toegepast. Verder kunnen de indicaties geanonimiseerd gebruikt worden om na te gaan voor welke ziektebeelden welke medicijnen worden voorgeschreven. 

Ontheffing d.m.v. met behandelaar opgestelde privacyverklaring

De NZa heeft de verplichte vermelding van de indicatie op de factuur op drie onderdelen getoetst met behulp van de Privacy Impact Analysis (PIA): noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. De NZa concludeert dat de declaratieverplichting niet strijdig is met de bestaande privacyregelgeving en dus rechtsgeldig opgelegd kan worden, met daarbij een mogelijkheid voor een opt out regeling.

Indien patiënten ter bescherming van hun privacy het oneens zijn met de vermelding van de indicatie op de factuur, kan door middel van een met de behandelaar opgestelde ‘privacyverklaring’ de genoemde declaratieverplichting buiten werking worden gesteld. Wel kan de medisch adviseur van de ziektekostenverzekeraar onder medisch beroepsgeheim om inlichtingen vragen.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee