Incidentie en overleving van hersentumor iets verhoogd

13 januari 2015

12 januari 2015

Het aantal patiënten met een hersentumor is de afgelopen twintig jaar iets toegenomen. Tegelijk is ook de overleving licht verbeterd, vooral door nieuwe diagnose- en behandelmogelijkheden. Dit blijkt uit de meest recente gegevens uit de NKR (Nederlandse Kankerregistratie). Met een nieuwe en uitgebreidere registratie biedt IKNL nog meer zicht op de complexe zorg voor deze ziekte.

Incidentie

Tussen 1989 – 2010 werden ruim 21.100 patiënten (volwassenen) gediagnosticeerd met een hersentumor (glioom). Hersentumoren komen vaker voor bij mannen (12.200) dan bij vrouwen (8.900). De mediane leeftijd is 59 jaar. Ruim 9.500 patiënten kregen een glioblastoom. Naast patiënten met een bekend type hersentumor zijn er ook ruim 4.300 cases met een onbekende tumor in de hersenen. Over de breedte genomen neemt de incidentie van hersentumoren licht toe, van 4,9 naar 5,9 per 100.000 inwoners.

Overleving neemt toe

De overleving hangt sterk af van de tumorgraad. Van de patiënten met een laaggradig glioom is 70-85% na twee jaar nog in leven, terwijl dit percentage onder patiënten met een hooggradige tumor 28-52% bedraagt. De 2-jaarsoverleving van patiënten met een glioblastoom ligt net onder de 10%. Over de jaren neemt de mediane overlevingsduur wel toe, van vijf maanden in 1989 tot negen maanden in 2010. Dit lijkt vooral samen te hangen met de introductie van nieuwe behandelingen.

Voor bijna alle kankersoorten

Voor bijna alle soorten kanker stijgen de overlevingskansen. Hierover publiceerde IKNL al eerder op basis van cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Van alle kankerpatiënten uit 2008-2012 geneest ongeveer 62%. Dat is een stijging van 3% vergeleken met de periode 2004-2007. De stijging van overlevingskansen vergeleken met 1989-1993 is 15%.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee