Honoraria en omzetplafond vrijgevestigde specialisten

1 september 2011

1 september 2011

Met de invoering van DOT wordt een tweetal maatregelen doorgevoerd om de (macro)uitgaven te beheersen en om de beschikbare middelen eerlijker over de specialismen en specialisten te verdelen: 

  1. herberekening en maximalisering van de honorariatarieven voor alle medisch specialisten en 
  2. een omzetplafond voor de honoraria van de vrijgevestigd specialisten: het zogenoemde beheersmodel

Bron: Presentatie Van Manen (NZa) NVMA congres ABC van DOT 2011 

 

Maximum honorariatarieven

Voor de invoering van DOT moeten nieuwe honorariumtarieven voor DBC-zorgproducten berekend, zodat de honorariumcomponenten de verhouding in werklast adequaat weergeven. De NZa stelt in september 2011 de nieuwe honorarium tarieven vast. Het nieuwe honorarium maximum zal gelden in het vrije
(B-)segment en in het gereguleerde (A-)segment. 

Omzetplafond honoraria van de vrijgevestigd specialisten

Daarenboven stelt de NZa voor de periode 2012 tot en met 2014 per instelling een omzetplafond vast voor de honoraria van de vrijgevestigd specialisten, op basis van het beschikbare macrokader (ongeveer 2.021 miljoen euro). Hierover zijn in december 2010 afspraken gemaakt tussen de minister van VWS, de Orde van Medisch Specialisten en de NVZ vereniging van ziekenhuizen.

Dit omzetplafond zal gelden voor alle bij een instelling voor medisch specialistische zorg toegelaten vrijgevestigde medisch specialisten (ziekenhuizen, UMC’s, ZBC’s, categorale ziekenhuizen, radiotherapeutische centra etcetera). Alleen medisch specialisten in solopraktijken en in ‘privéklinieken’ zijn uitgezonderd van het beheersmodel.

Het omzetplafond geldt voor de productie in zowel het ‘vrije’ als het ‘gereguleerde’ segment: het A én het B-segment. Ook zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) krijgen volgend jaar zo’n omzetplafond voor de honoraria. Om het kader over de individuele instellingen te kunnen verdelen moet een verdeelsleutel worden vastgesteld.

Overigens wordt de omzet van de specialisten in loondienst met budgetvergoeding ‘gemaximeerd’ via het ziekenhuiskader: het transitiemodel ziekenhuizen.

Hoogte omzetplafond

Voor de initiële vaststelling van de omzetplafonds, heeft de NZa een gegevensuitvraag gedaan onder instellingen die medisch specialistische zorg verlenen. De gegevensuitvraag bestond uit twee delen:

  • gegevens over de honorariumomzet over de jaren 2007, 2008 en 2009
  • gegevens over specialisteneenheden (waaronder capita en fte) over het jaar 2009

Bron: Verantwoordingsdocument Invoering prestatiebekostiging medisch specialistische zorg (NZa) 

 

Verdeling omzetplafond in de instelling

Het omzetplafond wordt niet per specialisme vastgesteld, maar per instelling. Instellingen en specialisten kunnen ‘achter de voordeur’ zelf regelen hoe de ruimte onder het omzetplafond verdeeld wordt. De instelling zelf is gehouden 80% van die ruimte direct ter beschikking te stellen aan de vrijgevestigde medisch specialisten binnen de instelling, mits hier declaraties tegenover staan. De instelling en betrokken vrijgevestigde medisch specialisten verdelen daarnaast 20% met een bandbreedte van plus of min 5% op basis van nadere onderhandelingen.

 

Extra productie

Indien de omzet van de vrijgevestigde specialisten boven het omzetplafond uitkomt, wordt dit afgedragen aan het zorgverzekeringsfonds. De instellingen en specialisten kunnen zich hierop voorbereiden door gedurende het jaar te monitoren of de grens bereikt wordt. Doelstelling van betrokken partijen is dat de afspraken tussen RvB en collectief het ontstaan van wachtlijsten tegengaan. 

In het model is beperkt ruimte gemaakt voor productieverschuivingen en toetreding vanaf 2012. De beschikbare ruimte hiervoor moet nog worden bepaald. Voor (collectieven van) specialisten die meer productie leveren (meer patiënten helpen) dan voorheen, of een nieuwe instelling beginnen per 2012 of later, betekent dit dat beperkt ruimte bestaat voor financiële dekking.

Declareren: ‘aan’ of ‘via’ de instelling

Medisch specialisten kunnen het honorariumdeel ‘via’ de instelling aan de zorgverzekeraar of de patiënt declareren of ‘aan’ het ziekenhuis. Met de ‘via’-variant blijft het fiscaal ondernemerschap in stand.

Bron: Illustratie beheersmodel vrijgevestigde medisch specialist 2012-2014 uit Verantwoordingsdocument Invoering prestatiebekostiging medisch specialistische zorg (NZa)

  1. Via-beheersmodel: collectief

    Om als specialist ‘via’ te mogen declareren wordt in de regelgeving een aantal voorwaarden gesteld. De belangrijkste voorwaarde is het maken van verdeelafspraken over het omzetplafond.

    Dit betekent dat de medisch specialisten lokaal met elkaar afspraken moeten maken over het al dan niet oprichten van een collectief waarin alle of een gedeelte van de medisch specialisten werkzaam in een instelling participeren. Er geldt geen minimumaantal deelnemend specialisten in een collectief binnen een instelling.

    De Raad van Bestuur van de instelling kan gezamenlijk met het collectief van medisch specialisten een aanvraag indienen bij de NZa waarin het gedeelte van het omzetplafond is vastgesteld dat voor via-declaratie in aanmerking komt. Het collectief van medisch specialisten wordt dan ook verantwoordelijk voor het omzetplafond en de terugbetaling aan het zorgverzekeringsfonds bij een eventuele overschrijding van het omzetplafond. 

    Afhankelijk van de bevoorschottingsafspraken tussen de raad van bestuur en het collectief ontvangt de aangesloten maatschap / vrijgevestigd medisch specialist een voorschot.

     

  2. Aan-beheersmodel

    Vrijgevestigde medisch specialisten die niet deelnemen aan het collectief, en/of niet tot overeenstemming komen met de RvB van de instelling, vallen automatisch onder het aan-beheersmodel.

    Bij het aanbeheersmodel is de instelling gebonden aan een omzetplafond voor de honoraria. Hierdoor ligt het risico bij een overschrijding van het omzetplafond bij de instelling en moet de instelling het meerdere afdragen aan het Zorgverzekeringsfonds. Dat wil niet zeggen dat de instelling geen afspraken kan maken met de medisch specialisten over de verrekening van het opbrengstoverschot.

    Het niet deelnemen aan het collectief kan het verlies van de fiscale status van vrije beroepsbeoefenaar tot gevolg hebben.
     

Meer informatie 

 

NL.CAB.11.08.01.
Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee