In september en oktober is er een inhaalslag in het aantal nieuwe kankerdiagnoses geweest. Hiermee is de achterstand in het aantal diagnoses door de COVID-19crisis in het voorjaar voor een deel ingehaald. Dat blijkt uit cijfers van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) in Skipr. Tegelijkertijd meldt het IKNL dat het aantal diagnoses borst- en darmkanker achterblijft.

Vooral achterstand huidkanker

Afgelopen zomer constateerde IKNL dat in het voorjaar minstens vijfduizend diagnoses nog niet waren gesteld in vergelijking tot voorgaande jaren. Door de COVID-19-crisis was het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei 20-25% lager dan gebruikelijk. Bij sommige huidtumoren daalde het aantal nieuwe tumoren zelfs met meer dan de helft.

Bevolkingsonderzoek

Door de coronacrisis dit voorjaar zijn minder diagnoses borst- en darmkanker gesteld. In de leeftijdsgroepen die voor de bevolkingsonderzoeken worden uitgenodigd was de daling in het aantal diagnoses veel groter dan in de andere leeftijdsgroepen. Bij borstkanker en de voorstadia daarvan gaat het om een derde minder diagnoses bij 50-74-jarigen en bij darmkanker om een vijfde minder diagnoses bij 55-75-jarigen. Naast uitgesteld huisartsenbezoek en late doorverwijzing naar het ziekenhuis is het tijdelijk stopzetten van de bevolkingsonderzoeken dus ook een verklaring voor het lagere aantal diagnoses. Doordat mensen minder terughoudend zijn om naar de huisarts te gaan en na het geleidelijk opstarten van de bevolkingsonderzoeken steeg het aantal diagnoses gedurende de zomer weer naar het verwachte niveau. Er is echter nog steeds een achterstand van ongeveer 2.000 borstkankerdiagnoses en ongeveer 1.000 darmkankerdiagnoses.

Meer informatie