De Kamer vroeg in het Geneesmiddelendebat in juni 2021 nadrukkelijk aandacht voor de toegang van Nederlandse patiënten tot innovatieve geneesmiddelen. Vooral voor de behandeling van kanker. Nieuwe inzichten van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen benadrukken het belang van een snelle oplossing.

De Kamerleden wezen in het debat op het procentueel lage aantal studies naar cel- en gentherapie. En op de trage beschikbaarheid van kankermedicijnen in Nederland. Hiermee loopt Nederland achter bij omringende landen als Duitsland. Zo kan een kankerpatiënt in Maastricht pas ruim 100 dagen later over een nieuw medicijn beschikken dan een patiënt in Aken.

Toegang verslechtert

Volgens de VIG verslechtert de toegang tot innovatieve behandelingen. Van de 197 middelen die door de EMA zijn goedgekeurd in de periode 2015-2019 zijn er in Nederland 131 beschikbaar (66%). Een derde van de Europees goedgekeurde geneesmiddelen is in Nederland dus niet beschikbaar. Onder deze behandelingen bevinden zich elf oncologische middelen.

Europa loopt achter op VS

Vorig jaar berichtte professor Carin Uyl-de Groot, naar aanleiding van haar onderzoek over de toelatingsprocedures rond twaalf kankermedicijnen in Europa tussen 2011 en 2018, dat nieuwe kankermedicijnen in de Verenigde Staten acht maanden eerder verschijnen dan op de Europese markt. Daardoor duurt het ook langer voordat Europese kankerpatiënten met de nieuwe middelen behandeld worden. En dat kost mensenlevens, volgens haar.

In het onderzoek vergeleek zij ook de toelatingsprocedures in verschillende Europese landen. In Duitsland duurt het gemiddeld 17 dagen tot een medicijn dat al door de EMA goedgekeurd is ook wordt toegelaten tot de Duitse markt. In Nederland duurt dezelfde procedure met hetzelfde medicijn 128 dagen.

Meer informatie