Financiele belemmeringen taakherschikking niet opgelost

22 oktober 2012 – Met de wijziging in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) is een belangrijke belemmering weggenomen om taakherschikking te realiseren. Op basis van deze wijziging kunnen andere dan de beroepsgroepen artsen, tandartsen en verloskundigen aangewezen worden voorbehouden handelingen zelfstandig te indiceren en uit te voeren. De verpleegkundig specialist en de physician assistant zijn de eerste beroepsgroepen die hierdoor bevoegd zijn zelfstandig voorbehouden handelingen te indiceren en uit te voeren en dus een groter deel van een DBC-zorgproduct danwel een geheel DBC-zorgproduct zelfstandig kunnen uitvoeren.

De NZa heeft voor de tweedelijns somatische zorg een inventarisatie gemaakt van de financiële belemmeringen voor taakherschikking binnen de tweedelijns zorg. Zij constateert één mogelijk financiële belemmering in de bekostiging en twee mogelijke financiële belemmeringen in de regelgeving voor de tweedelijns somatische zorg.

  1. De eerste belemmering voor de totstandkoming van taakherschikking is het onderscheid dat gemaakt wordt tussen een kostendeel en een honorariumdeel binnen de tarieven, waarbij het kostendeel gemaximeerd is voor zorgproducten vallende in het gereguleerde segment. Hierdoor is het niet mogelijk om bij taakherschikking de kosten van het honorariumdeel naar het kostendeel te verschuiven als voor het kostendeel het maximumtarief is afgesproken.
     
  2. De tweede financiële belemmering komt voort uit de DBC-regelgeving. Momenteel draagt een poortspecialist de verantwoordelijkheid voor het zorgtraject. Hiermee heeft de poortspecialist de verantwoordelijkheid voor de juiste typering van de zorg en de registratie hiervan. Het is dus niet mogelijk voor niet-poortspecialisten om een initieel subtraject te openen (het starten van een behandeling).
     
  3. Ook de derde financiële belemmering komt voort uit de DBC-regelgeving. Deze beperkt het aantal zorgverleners dat een polikliniekbezoek mag registreren, vanwege de verplichting tot een face-to-face contact met een poortspecialist.
     

Concrete acties

Binnen de tweedelijns somatische zorg is een traject in gang gezet om tot integrale tarieven te komen per 2015. Door de invoering van integrale tarieven zal de eerste belemmering wegvallen. De NZa acht het niet opportuun om in de tussentijd versneld actie te ondernemen om deze belemmering weg te nemen.

Voor de tweede en derde financiële belemmering ziet de NZa elk twee oplossingsrichtingen. Ten eerste kan de lijst met zorgverleners die een zorgtraject mogen openen en een face-to-face contact moeten hebben bij een polikliniekbezoek worden uitgebreid. Ten tweede kan deze lijst in zijn geheel worden afgeschaft, zodat iedere zorgverlener de bevoegdheid krijgt om een zorgtraject te openen en/of een face-to-face contact bij een polikliniekbezoek te hebben.

De NZa adviseert om de verantwoordelijkheid voor het zorgtraject bij de poortspecialist te laten en indien gewenst de lijst van zorgverleners die een zorgtraject mogen openen uit te breiden. Tevens adviseert de NZa om de verplichting tot een face-to-face contact met een poortspecialist bij een polikliniekbezoek los te laten en te vervangen door een face-to-face contact met iedere BIG-geregistreerde zorgverlener. 

Geen besluit

De minister van VWS vindt besluiten hierover niet passend binnen de demissionaire status van het huidige kabinet. Zij laat dit over aan een volgend kabinet.

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee