Enquête onder oncologen over dure geneesmiddelen

2 december 2013

2 december 2013

Bijna de helft van de oncologen vindt dat de kosten moeten meespelen bij het besluit om een geneesmiddel voor te schrijven, blijkt volgens de Volkskrant uit een enquête van de NVMO die nog moeten worden gepubliceerd. Veel artsen vinden dat de overheid een prijsplafond moet instellen, maar de politiek vindt het onderwerp te precair. Daarom gaan er stemmen op om het zelf te regelen. De beroepsvereniging beoordeelt nu alle middelen maar let daarbij op effectiviteit en bijwerkingen, niet op kosten.

De oncoloog over dure medicijnen

De beroepsvereniging van medisch oncologen (NVMO) heeft een enquête uitgevoerd waarin onder meer het probleem van de dure kankergeneesmiddelen aan bod komt. De Volkskrant heeft de resultaten op Internet geplaatst. De helft van de 400 Nederlandse oncologen heeft de vragen beantwoord.

Wie moet bepalen wat acceptabele kosten voor een kankergeneesmiddel zijn?
De beroepsgroep: 48 procent
De overheid: 51 procent
Individuele artsen of ziekenhuizen: 1 procent

Stelling: Een geneesmiddel mag meer kosten als het de kans op genezing geeft dan wanneer het alleen kans op levensverlenging geeft.

Eens: 75 procent
Oneens: 25 procent

Stelling: Er moet een maximumbedrag worden gesteld aan de kosten per geneesmiddel per patiënt per jaar.
Eens: 42 procent
Oneens: 54 procent

Wat mogen de kosten zijn van een extra gezond jaar (een zogeheten qaly)?
34 procent noemt een bedrag
Dat bedrag ligt rond de €80.000

De beroepsvereniging beoordeelt nieuwe medicijnen en bepaalt of oncologen ze moeten voorschrijven. Daarbij wordt gekeken naar levenswinst en bijwerkingen. Vindt u dat bij die beoordeling ook de kosteneffectiviteit (de qaly) moet worden meegewogen?
Ja: 79 procent
Nee: 11 procent

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee