Besparing dure geneesmiddelen door gezamenlijke inkoop

9 september 2014 – Achmea gaat samen met zeker twaalf ziekenhuizen dure geneesmiddelen inkopen. Zo wil de zorgverzekeraar dure medicijnen beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar houden voor iedereen en op termijn meer mensen laten profiteren van nieuwere en dure therapieën. De miljoenenbesparing die Achmea verwacht komt ten goede aan de zorg in ziekenhuizen, de premiebetaler en innovaties in de zorg. Overigens zijn er ook risico’s verbonden aan het gezamenlijk inkopen, aldus reacties in het FD.

Patiënten moeten de medicijnen krijgen die zij nodig hebben, ook al zijn deze duur, aldus Achmea. Door samen te werken met ziekenhuizen kunnen en moeten de medicijnprijzen omlaag. De dure geneesmiddelen kennen namelijk een financiële groei die groter is dan bestuurlijke akkoorden toelaten. Hierdoor ontstaat er een druk op de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg met dure geneesmiddelen.

Kostenbesparing

Uit onderzoek van Achmea blijkt dat er vaak aanzienlijke verschillen zijn tussen ziekenhuizen in het gebruik van dure geneesmiddelen bij vergelijkbare behandelingen. Elk ziekenhuis regelt ook voor zichzelf de inkoop. “Dat kan slimmer, ” zegt Peter de Braal, manager Farmacie bij Achmea. “Internationaal zien we dat je slimmer en beter inkoopt als je hierin samen optrekt. Zo houden we prijzen betaalbaar en onze verzekerden toegang tot dure geneesmiddelen.” Nu is het dossier dure geneesmiddelen voor menig ziekenhuis een ‘hoofdpijndossier’ en dat is volgens de verzekeraar niet nodig. De Braal: “Veel ziekenhuizen reageerden al enthousiast op ons initiatief en ik ben blij dat we nu met tenminste twaalf ziekenhuizen starten met gezamenlijke inkoop. Als eerste met TNF‐alfaremmers, een ontstekingsremmer voor chronische aandoeningen.”

Om de zorg van dure geneesmiddelen te verbeteren, is er afgesproken om een derde deel van de verwachte besparing te steken in onderzoek naar nieuwe medicijnen en gewenste innovaties.

Risico’s deelname gezamenlijke inkoop

“Deelname is niet zonder risico,” zegt Sabine Verdonkschot van het AMC vandaag in het FD. “We weten niet hoe de farmaceuten hierop reageren. Dit kan gevolgen hebben voor onderhandelingen over andere geneesmiddelen.” Reden om toch mee te doen is dat het ziekenhuis zelfstandig niet echt een vuist maken’ in de onderhandelingen met de farmaceuten. Terwijl — dure — medicijnkosten zwaar op de begroting drukken. Het AMC hoopt door deelname ook met Achmea te kunnen praten over vergoeding van andere, nieuwe, hele dure medicijnen. Voorwaarde voor deelname was bovendien dat de arts zelf blijft bepalen welk middel hij voorschrijft.

Bestuurder Martin Favié van de Bogin, de branchevereniging van producenten van generieke geneesmiddelen, is gematigd positief in het FD. “Er zitten elementen in het inkoopplan die me aanspreken, zoals het innovatiefonds.” Maar Favié ziet ook een gevaar: “Het risico is dat één model dominant wordt op de markt. Gevaarlijk als op enig moment dat middel niet genoeg voorradig is. Dat zien we ook bij de gewone geneesmiddelen.”

Deelnemende ziekenhuizen

De tot nu toe deelnemende ziekenhuizen zijn: AMC, Erasmus MC, Diaconessenhuis Noorderboog, Diakonessenhuis Utrecht, Mauritsklinieken, Laurentius Ziekenhuis, Havenziekenhuis, IJsselland Ziekenhuis, Saxenburgh Groep, Wilhelmina Ziekenhuis Assen, Rode Kruis Ziekenhuis, VUmc.

Recht op geregistreerde specialistische geneesmiddelen

Geneesmiddelen die deel uitmaken van de medisch-specialistische behandeling en in het ziekenhuis of als ziekenhuisverplaatste zorg in de thuissituatie worden toegediend, worden vergoed via de basisverzekering. Het prijsbeleid is, net als bij huisartsgeneesmiddelen gereguleerd door de Nederlandse overheid. Het vergoedingsbeleid verschilt echter.

Specialistische geneesmiddelen horen vanaf het moment van de handelsregistratie (na de positieve beoordeling van de balans van effectiviteit en veiligheid door de Europese of Nederlandse geneesmiddelenautoriteit, EMA of CBG) tot het verzekerde basispakket. Verzekerden hebben recht op behandeling met en vergoeding van die innovatieve specialistische geneesmiddelen wanneer ze daarop aangewezen zijn.

Als een specialistisch geneesmiddel tot het basispakket behoort, heeft de zorgverzekeraar, als vertegenwoordiger van de patiënt, de plicht om voor zijn verzekerde die zorg in te kopen. Maar zorgverzekeraars mogen selectief contracteren: zij hoeven niet alle behandelingen in elk ziekenhuis in Nederland in te kopen en mogen onderhandelen over prijs, volume en kwaliteit (inzet).

Gepaste inzet van biosimilars

Achmea maakt voor 2015 ook afspraken met ziekenhuizen over “gepaste inzet van biosimilars”. Belangrijk bij deze contractafspraken zijn de richtlijnen van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Op de vraag: Kunnen ‘biosimilar’ geneesmiddelen uitgewisseld worden? stelt het CBG dat:

  • Nieuwe patiënten met een biosimilar behandeld kunnen worden.
  • Patiënten zo veel mogelijk op een biologisch geneesmiddel moeten worden gehouden als ze daar klinisch goed op reageren wat betreft werkzaamheid en bijwerkingen.

Minister Schippers verwees recent naar deze CBG-regels in haar beantwoording van de vragen van Tweede Kamerlid Van Gerven (SP) op 12 juni 2014 over patiënten die om niet-medische redenen gedwongen worden te switchen van medicijnen na de contracteringsronde 2014.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee