Beleidsregel dure geneesmiddelen (2002)

14 mei 2012 – Ga direct naar:

  • 2004: 60% onderbehandeling borstkanker
  • Onderzoek beschikbaarheid Herceptin 2004
  • 80% vergoeding netto inkoopkosten bovenop ziekenhuisbudget (2006)
  • Bedragen bovenbudgettaire bekostiging

De onhoudbare situatie van postcodegeneeskunde eind vorige eeuw ((Zie ook: Postcodegeneeskunde (1996) werd – ten dele – opgelost door de invoering van de beleidsregel Dure geneesmiddelen in 2002. Hierdoor konden ziekenhuizen bovenop hun vaste budget een extra vergoeding krijgen wanneer zij patiënten behandelden met kostbare nieuwe geneesmiddelen. Aanvankelijk bedroeg de vergoeding een met de regionale zorgverzekeraar uit te onderhandelen percentage tot 75%.

2004: 60% onderbehandeling borstkanker

In 2005 voerde de BorstkankerVereniging Nederland een onderzoek uit naar de toegankelijkheid van een nieuw duur geneesmiddel, trastuzumab (Herceptin). Uit dit onderzoek bleek dat 60% van de vrouwen die volgens de Nederlandse richtlijn behandeld zou moeten worden met Herceptin, dit middel in 2004 niet had gekregen. Ook waren er sterke regionale verschillen tussen ziekenhuizen die het middel wel en niet voorschreven.

Onderzoek beschikbaarheid Herceptin 2004

Ondanks de bewezen werkzaamheid van trastuzumab en het feit dat het gebruik ervan opgenomen is in de richtlijn voor behandeling van uitgezaaide HER2-positieve borsttumoren, zijn er vanuit zowel patiënten als behandelaren signalen dat dit middel onvoldoende wordt toegepast. De BorstkankerVereniging Nederland heeft onderzocht in welke mate borstkanker patiënten met uitgezaaide HER2 -positieve tumoren inderdaad met trastuzumab behandeld worden.

Uit haar onderzoek is gebleken dat in 2004 gemiddeld slechts 39% van de vrouwen, die volgens de Nederlandse richtlijnen met trastuzumab behandeld hadden moeten worden, dit middel ook daadwerkelijk gekregen heeft. Dit percentage varieert bovendien sterk per provincie. Hiermee is het gebruik van trastuzumab in Nederland vrijwel het laagste van alle West-Europese landen.

Bron: Rapport ‘Rapport onderbehandeling van borstkankerpatiënten met uitgezaaide HER2-positieve tumoren’, BVN, mei 2005.

Het rapport is tot stand gekomen in samenwerking met prof. J. Klijn en prof. S. Rodenhuis en McKinsey & Company.

De beleidsregel schoot tekort. Daarom werd per 1 januari 2006 de aanvullende bekostiging verhoogd en hoefden ziekenhuizen niet langer te onderhandelen met de regionale zorgverzekeraars over de hoogte van het bekostigingspercentage.

80% vergoeding netto inkoopkosten bovenop ziekenhuisbudget (2006)

Na 1 januari 2006 kregen ziekenhuizen bovenop hun budget 80% vergoed van de netto inkoopkosten van de toegepaste geneesmiddelen die op de stofnamenlijst van de beleidsregel Dure geneesmiddelen stonden. Wel moesten ziekenhuizen nog steeds 20% van de netto inkoopkosten ergens in hun budget zien te vinden: een stok achter de deur voor doelmatig voorschrijven. Ook die bedragen konden flink oplopen, waardoor er opnieuw geluiden te horen waren van ‘postcodegeneeskunde’.

In het Pharmaceutisch weekblad verscheen op 7 april 2006 een overzicht van het recente beleid rond ‘dure’ geneesmiddelen, “Strijd tegen de postcodegeneeskunde“, geschreven door Frank van Wijck. Daarin een inzet met de mening van de Nederlandse oncologen: “Aart van Bochove, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie, toonde zich recentelijk in het tijdschrift Medische oncologie positief over de afspraak van 80%. “Toch zijn we er hiermee nog niet,” voegde hij hieraan toe. “Voor oncologie zijn we hiermee weliswaar uit de problemen, maar de regeling is tot stand gekomen zonder macro-economische verruiming van de beschikbare gelden. Het risico bestaat dus dat elders op faciliteiten of capaciteiten zal worden ingeboet. Daarom is het belangrijk dat oncologen zich nu in hun ziekenhuizen consequent opstellen en de ruimte claimen die hen is gegeven om best practices te benutten.”

Bedragen bovenbudgettaire bekostiging

Het bedrag voor deze bovenbudgettaire bekostiging kon in de praktijk meegroeien met de toevoeging van nieuwe, innovatieve geneesmiddelen aan de stofnamenlijst en met de uitbreiding van de toepassingen van deze innovatieve geneesmiddelen bij nieuwe patiëntenpopulaties. Het ministerie van VWS heeft hiernaar verschillende onderzoeken laten uitvoeren.

“Levensreddende medicijnen die opgenomen zijn in de Richtlijn voor de behandeling van “borstkanker, horen overal in Nederland beschikbaar te zijn, zo vindt Borstkankervereniging Nederland. Nog steeds is in sommige delen van het land de beschikbaarheid te laag en is de zogenaamde ‘postcodeloterijzorg’ nog niet uit de wereld. Dat betekent ook een vergoeding van 100 procent voor dit soort geneesmiddelen voor de ziekenhuizen en niet de huidige 80 procent.”

Bron: Standpunten BVN

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee