AVL reageert op prijsplafond gezondheidszorg

19 augustus 2014 – In het dagblad Trouw reageert de directie het Antoni van Leeuwenhoek op het onderzoek van EenVandaag en de Orde van Medisch Specialisten over een prijsplafond voor de gezondheidszorg.

Belang van individuele patiënt opofferen?

Medisch directeur Emile Voest geeft als voorbeeld ipilimumab, de immunotherapie voor mensen met uitgezaaide melanomen. Het geneesmiddel kost zo’n 80.000 euro per patiënt. Die krijgt daarvoor gemiddeld enkele maanden levenswinst. En in sommige gevallen heel veel jaren. Voest: “Stel dat we al een maximumprijs voor een gewonnen levensjaar hadden ingevoerd. Dan was dit middel in Nederland waarschijnlijk nooit op de markt gekomen.” Als 10 procent van de patiënten door ipilimumab substantieel langer kan leven, moet je hun belangen dan opofferen aan de grote meerderheid die er geen of slechts weinig baat bij heeft?

Toepassing belangrijk voor ontwikkeling en effectiviteit

Voest sluit zich niet aan bij zijn collega-specialisten die volgens EenVandaag een prijsplafond onontkoombaar noemen: “Hier in het Antoni van Leeuwenhoek zitten we bovenop het wetenschappelijk onderzoek. We weten hoeveel nieuwe middelen er aankomen. We zien mensen daardoor langer leven. En een middel als ipilimumab maakt de weg vrij voor volgende nieuwe geneesmiddelen. Dus ook vanuit wetenschappelijk oogpunt is het belangrijk dat we ze blijven ontwikkelen en toepassen.”

En dat betekent niet per se dat de kosten oplopen: “We zijn steeds beter in staat aan de hand van de genetische tumorkenmerken vast te stellen wie wel en niet baat hebben bij middelen als ipilimumab. En we ontdekken dat sommige nieuwe medicijnen bij verschillende tumorsoorten werken. Zo wordt duidelijk hoe we ze effectief kunnen inzetten.”

Contractonderhandelingen zorgverzekeraars

Wim van Harten, directeur organisatie en bedrijfsvoering. “We doen ons uiterste best om onze patiënten te bieden wat ze volgens onze medisch specialisten nodig hebben. Daarvoor moeten we hard onderhandelen met de zorgverzekeraars. Dat lukt tot nu toe aardig.” Liefst zouden de verzekeraars vooraf afspreken hoeveel patiënten het Antoni van Leeuwenhoek in een jaar met dure medicijnen gaat behandelen. Van Harten: “Behandel je meer patiënten, dan moet je dat als ziekenhuis zelf betalen. Gelukkig hebben we met vrijwel alle verzekeraars uitonderhandeld dat de dure medicijnen die wij voorschrijven altijd vergoed worden.”

“Als het over de kosten van de gezondheidszorg gaat, komt steeds weer de discussie over dure medicijnen op. Ik vraag me af of dat de discussie is die we moeten voeren. De Nederlandse ziekenhuiszorg is Europees gezien best efficiënt. Wat de zorg toch vrij duur maakt, is dat we veel uitgeven aan vooral ouderenzorg. De ziekenhuiszorg is volgens mij helemaal het probleem niet.”

Wegen van gezondheidswinst

Wat hem betreft moet eerst die discussie maar eens gevoerd worden: hoeveel de ziekenhuiszorg eigenlijk mag groeien. De farmaceutische industrie ontspringt de dans, daar moet ook nog maar eens naar gekeken worden. “En we moeten het erover hebben hoe we gezondheidswinst precies gaan wegen, want hoe vergelijk je maagzuurremmers met levensreddende behandelingen?” Uiteindelijk gaan de zorgkosten knellen, beaamt Van Harten, en valt aan prijsplafonds niet te ontkomen. “Over vijftien, twintig jaar kom je daar wel op uit. Maar er is meer voor nodig dan een discussie over prijsplafonds om ons daar op voor te bereiden.”

Meer informatie

 

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee