Antwoord Kamervragen lange wachttijd innovatieve kankerbehandelingen

21 oktober 2020 – Minister Van Ark beantwoordt vragen van het Kamerlid Ellemeet (GL) over de toelatingsprocedure van medicijnen voor kankerpatiënten (2020Z16635).

De minister is van mening dat patiënten snel toegang moeten krijgen tot nieuwe geneesmiddelen die een belangrijke, aantoonbare meerwaarde voor de behandeling van patiënten hebben. Zeker als het gaat om
geneesmiddelen die levensreddend kunnen zijn, zoals behandelingen voor kankerpatiënten.

Spanningsveld kosten, veiligheid en effectiviteit

Maar, volgens haar zit er een spanningsveld tussen snelheid en zorgvuldigheid. Het is essentieel belang dat de geneesmiddelen aantoonbaar veilig, werkzaam en van goede kwaliteit zijn en dat de kosten voor dergelijke geneesmiddelen fair en betaalbaar zijn. Dat levert een dilemma op.

Pilot parallelle beoordeling geneesmiddelen

Rond vergoedingsbeslissingen loopt op dit moment een pilot van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en Zorginstituut Nederland (ZINL) waarbij geëxperimenteerd wordt met parallelle beoordeling van geneesmiddelen: gelijktijdig met de markttoelatingsprocedure vindt het schrijven van het vergoedingsadvies plaats. Zo kan bij markttoelating direct een vergoedingsbesluit genomen worden.

Actuele richtlijnen

Daarnaast hebben volgens de minister artsen een belangrijke taak om hun richtlijnen regelmatig en op wetenschappelijke gronden te actualiseren, zodat nieuwe, waardevolle geneesmiddelen na toelating ook snel hun weg naar de patiënt kunnen vinden. De Horizon Scan van het Zorginstituut helpt door al in een vroeg stadium, voorafgaand aan markttoelating, te signaleren welke potentieel waardevolle geneesmiddelen eraan komen.

Weinig verschil EMA en FDA

Volgens de minister lopen de termijnen tussen de procedures van EMA en FDA beperkt uiteen.

Geneesmiddelen die door de EMA goedgekeurd zijn, zijn per definitie direct toegelaten op de Nederlandse markt. Het is aan de fabrikant om een geneesmiddel ook daadwerkelijk op de markt aan te bieden. Daarna zijn de tijd die een eventueel vergoedingsbesluit vraagt en de snelheid waarmee artsen een nieuw geneesmiddel opnemen in hun richtlijnen bepalend voor de toepassing van deze geneesmiddelen.

Oncolytica

Voor extramurale oncolytica geldt een reguliere vergoedingsprocedure bij het Zorginstituut. De aanvraag van de fabrikant moet op klinische meerwaarde en kosteneffectiviteit getoetst worden, voordat een vergoedingsbesluit genomen wordt door de minister.

Veel oncolytica zijn intramurale geneesmiddelen. Ze vallen onder de zogenaamde open instroom, wat betekent dat de meeste direct na markttoelating en zonder nadere beoordelingsprocedure vergoed kunnen worden. Hier is dus in principe geen sprake van een wachttijd als gevolg van een vergoedingsbeslissing.

Sluiscriteria

Voor bepaalde geneesmiddelen die zo’n hoge prijs of hoge budgetimpact kennen dat ze voldoen aan de ‘sluiscriteria’, geldt dat deze worden uitgesloten van vergoeding om eerst een beoordeling te kunnen ondergaan, gevolgd door een onderhandelperiode voor een financieel arrangement.

De minister is in overleg met het Zorginstituut om te bekijken hoe de sluisperiode zo kort mogelijk kan blijven en op welke manieren fabrikanten beter voorbereid kunnen worden.

Europese verschillen

In Nederland komen nieuwe behandelingen later beschikbaar voor patiënten dan in omliggende landen. Het CBG en het Zorginstituut
werken intensief met hun Europese partners samen en ook rond de bekostiging van geneesmiddelen wisselen we met veel landen ervaringen uit, aldus de minister.

Meer informatie

Ontvang ook onze nieuwsbrief
Praat mee