Richtlijnen

Voor de ondersteuning van de diagnose en behandeling van kankerpatiënten zijn richtlijnen voor oncologische zorg en palliatieve zorg ontwikkeld.

Richtlijnen voor oncologische zorg kennen twee typen:

  • Tumorspecifiek
    Multidisciplinaire richtlijnen gericht op de diagnose en behandeling van patiënten met een specifieke tumor. De richtlijnen beschrijven knelpunten in het medisch handelen, de organisatie van de zorg en de voorlichting en begeleiding van de patiënt.
  • Niet-tumorspecifiek
    Richtlijnen gericht op de diagnose en behandeling van een symptoom of gezondheidsklacht die het gevolg is van ziekte en behandeling. De zorgaspecten zijn multidisciplinair uitgewerkt of specifiek voor een bepaalde beroepsgroep.

Op Oncoline zijn alle richtlijnen rondom oncologische en palliatieve zorg te vinden:

Richtlijnontwikkeling

Richtlijnen voor de oncologische zorg worden ontwikkeld door landelijke richtlijnwerkgroepen. Deze bestaan uit experts die zijn gemandateerd door hun beroeps- of wetenschappelijke verenigingen. Afgevaardigden van patiënten in de werkgroepen dragen zorg voor het patiëntenperspectief. De ontwikkeltijd en de autorisatie van nieuwe evicence-based richtlijnen (EBRO)  bedraagt anderhalf jaar.

Bij de richtlijnontwikkeling wordt gebruikt gemaakt van het ‘Draaiboek richtlijn ontwikkeling‘. Het draaiboek wordt minimaal twee maal per jaar aangepast met vernieuwende werkwijzen voor patiëntenparticipatie en voorkeuren, samenvatting van wetenschappelijk bewijs, autorisatie, eigenaarschap en indicatoren.

Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) voert de regie over de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van richtlijnen voor de oncologische en palliatieve zorg. Deze richtlijnen worden in het Engels vertaald om de internationale samenwerking te bevorderen.

Nieuw richtlijnenbeleid NVMO

In 2012 maakte de NVMO een nieuwe benadering van richtlijnen bekend. Het aantal oncologische richtlijnen rijst de pan uit, volgens de vereniging. Ze zijn bovendien veel te volumineus en kennen een langdurig en kostbaar ontwikkeltraject. Dat geld kan beter aan kwaliteitsverbetering worden besteed. De Nederlandse richtlijnen zijn bovendien grotendeels een doublure van bestaande internationale richtlijnen, zoals die van de American Society of Clinical Oncology (ASCO), de National Comprehensive Cancer Network (NCCN) en de European Society of Medical Oncology (ESMO). In richtlijnontwikkeling, vooral indien er geen ‘level A evidence’ is over bepaalde onderwerpen, kunnen meningen van deelnemers de richting bepalen. En die vormen niet altijd een juiste afspiegeling van de kennis en meningen van de beroepsgroep van oncologen.

Om het gros van de dagelijkse oncologische patiëntenzorg te ondersteunen kan worden volstaan met het maken van richtlijnen voor de vier meest voorkomende tumortypes, die maximaal 75 pagina’s beslaan en die jaarlijks bijgesteld worden door een evenwichtige vertegenwoordiging van landelijke experts op dit terrein. Deze personen moeten gemandateerd zijn om namens hun beroepsverenging te spreken. Voor de andere tumortypes volstaan Europese richtlijnen. Een Nederlands addendum van hoogstens enkele pagina’s, geschreven en tweejaarlijks gereviseerd door ‘experts in the field’ moet voldoende zijn.

Bron: Weg met het woud van richtlijnen, Machteld Wymenga, Winette van der Graaf, Koos van der Hoeven en Hans Gelderblom, 23 juli 2012, Medisch Contact.

Adviezen CieBOM

De Commissie ter Beoordeling van Oncologische Middelen (CieBOM) van de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO) beoordeelt sinds 1999 de klinische waarde van nieuwe geregistreerde geneesmiddelen, behandelmethoden en behandelindicaties op het gebied van de medische oncologie, om tot een betere landelijke afstemming binnen de beroepsgroep te komen over het toepassen van nieuwe en vaak kostbare geneesmiddelen in de oncologische praktijk.

De Cie BOM beoordeelt een nieuw oncologisch middel wanneer een gerandomiseerde en vergelijkende studie beschikbaar is, wanneer het middel in Europa centraal is geregistreerd en waarvan de eindpunten conform de actuele PASKWIL-criteria  zijn te beoordelen (Palliatief, Adjuvant, Specifieke bijwerkingen, KWaliteit van leven, Impact van de behandeling en Level of evidence).

 

Focus

Contractering oncologische zorg

Ziekenhuizen en zorgverzekeraars moeten over alle DBC-zorgproducten bilaterale contractafspraken maken. Ook over alle DBC zorgproducten oncologische zorg, de add-ons dure geneesmiddelen en de overgehevelde oncolytica.

Lees meer

Onderzoek bij Sanofi

Sanofi heeft een lange staat van dienst op het gebied van R&D oncologie, met name in chemotherapie en targeted therapy. Het oncologie R & D portfolio bevat een reeks van innovatieve behandelingen.

Lees meer

Nascholing

Sanofi biedt services ter ondersteuning van de oncologische praktijk, zoals seminars oncologie en praktijk, bekostigingsbijeenkomsten, online geaccrediteerde nascholingen en congressen.

Lees meer
Nieuws

PROZA nascholing prostaatkanker 4 oktober

Op 4 oktober a.s. wordt in Utrecht de nascholing PROZA, PRostaatkanker Onderwijs voorin het Ziekenhuis werkzame Apothekers georganiseerd.

Lees meer

Symposium Inkoop Dure Geneesmiddelen

FarmaActueel en NVZA organiseren een symposium Inkoop van Dure Geneesmiddelen voor veldpartijen op 4 oktober a.s.

Lees meer

Hoge verzekerpremies (ex-)kankerpatiënten

Uit onderzoek van BNR blijkt dat verzekeraars nog steeds buitensporige premies voor (ex-)patiënten vragen.

Lees meer
Ontvang ook onze nieuwsbrief